Psychologische ondertiteling via de sigaret
"Soms is een sigaar niets meer dan een sigaar", schreef Sigmund Freud ooit. Wat in het echte leven geldt gaat echter niet op voor dat van filmpersonages. Sigaren, pijpen en vooral sigaretten hebben in de wereld van de cinema altijd veel meer betekenissen dan alleen die van 'rokertje'. Tabak heeft een geheel eigen filmtaal, een taal waarvan wij als toeschouwers de woorden en de zinnen ook zonder ondertiteling perfect kunnen verstaan.
Zolang er gefilmd wordt, wordt er gerookt in de film. De makers van de slapstickfilmpjes in de jaren twintig wisten al hoe ze een personage belachelijk konden maken door hem een sigaret te laten opsteken en zich vervolgens in zijn eigen rook te laten verslikken. Met de komst van de geluidsfilm werd het tabaksgebruik langzaam maar zeker subtieler.
Sigarensatire In de Laurel & Hardy film Pick up your Troubles proberen de Dikke en de Dunne een lening los te krijgen voor hun rijdende restaurant. Om indruk te maken op de bankdirecteur geeft Oliver hem een sigaar, maar in zijn zenuwen heeft hij een greep gedaan in de verkeerde doos en biedt hij de man een worst aan. Het gewichtige air van geslaagde zakenman is metéén knip van de aansteker verdwenen. Deze scène is een variant op de eeuwige sigarengrap die er in films wordt gemaakt: wie een sigaar rookt wil zichzelf belangrijker voordoen dan hij is. Trek de sigaar in het belachelijke en je prikt de pose van de roker genadeloos door. Vandaar ook, dat gangsterbazen in films steevast sigarenrokers zijn: de omhooggevallen boeven die zichzelf inmiddels zakenlieden wanen, maar die door de echte zakenwereld met minachting worden behandeld. Niemand beheerste die vorm van sigarensatire beter dan Groucho Marx.In de absurdistische films die hij en zijn drie broers in de jaren dertig enveertig maakten trok hij voortdurend aan een Havanna terwijl hij met kromme rugen grote stappen door een kamer beende. Tussendoor bracht hij ogenschijnlijkboeiende, maar in wezen erg banale gedachtenspinsels te berde.

Daarmee is de rol van de sigaar echter ook wel uitgeput. Die van de pijp is zo mogelijk nog geringer. Enkele beroemde speurders van het witte doek trokken geregeld bedachtzaam aan hun pijp terwijl ze de oplossing van het misdaadraadsel dichterbij brachten. Jules Maigret en Sherlock Holmes staken de brand in respectievelijk hun twintigste-eeuwse korte pijp en negentiende-eeuwse pijp met lange en gekromde steel. Het rookinstrument verleende hun een aura van autoriteit en intelligentie en maakte het voor de kijker acceptabeler dat ze een ingewikkelde moordzaak toch binnen anderhalf uur wisten op te lossen.
Ultieme rookfilm De sigaret gaf filmmakers en acteurs echter pas werkelijk mogelijkheden tot suggestie. De film waarin dit suggereren tot op ongekende hoogte is gebracht is Casablanca uit 1942. Omdat alle mannelijke personages in deze prent letterlijk aan één stuk door roken wordt Cassablanca door cinefielen wel de "ultieme rookfilm" genoemd. Het café waar veel van de actie plaats vindt staat blauw van de rook en in de laatste scèneverdwijnt de hoofdpersoon in een wolk van mist.
Het interessantste tabakaspectvan Casablanca is echter niet het feit, dat alle acteurs roken, maarde manier waarop. De wijze waarop ze inhaleren en hun sigaretten vasthouden verraadttelkens hun ware bedoelingen of gemoedsgesteldheid. Rick, gespeeld door HumphreyBogart, de stoere Amerikaan die in de loop van het verhaal besluit zich bij hetverzet tegen de Nazi's aan te sluiten, houdt zijn peuk tussen duim en wijsvingeren blaast de rook op een agressieve manier uit. Kapitein Renaud, de politiechefdie het voorbeeld van Rick volgt, hult zich steeds in een wolk sigarettenrook,een symbool voor stilzwijgen. Kolonel Strasser, de Duitser die in Casablanca opjoden en emigranten jaagt, rook zijn sigaretten tot op de laatste centimetersop. Filmcriticus Richard Klein zag hierin een symbool voor de onstilbare hongervan deze "mensenjager".
De kijker registreert deze symbolen eerder onbewust dan bewust. Ze stellen hem in staat de ware bedoelingen van de personages te doorgronden wanneer ze met elkaar in gesprek zijn. Het roken dient zo als een soort psychologische ondertiteling.
Verleiding en uitdaging Sigaretten roken heeft in de film echter nog meer betekenissen. Toen het vrouwen eenmaal was toegestaan in het openbaar (en dus ook op het witte doek) te roken werd de sigaret een symbool voor verleiding (vooral als ze in een pijpje is gestoken). De actrice die zich een vuurtje laat geven en daarbij even de hand die de aansteker vasthoudt beetpakt en de ander diep in de ogen kijkt., terwijl ze de rook met getuite lippen schuin omhoog blaast. Het is een scène die de regisseur in staat stelt moeiteloos de overgang van de eerste naar de intiemere kennismaking te laten plaats vinden. Tegelijkertijd groeide echter het arsenaal van mannelijke symbolen. Het blazen van rook in het gezicht van de ondervrager bijvoorbeeld is steevast een teken van uitdaging. Bovendien ervaren we als kijker het feit, dat de gevangene rookt vaak als een gebaar van vertrouwen in zijn eigen lot en het geïrriteerde hoestje en het knipperen van de ogen van de man die de rook in zijn gezicht krijgt als een nederlaag van iemand die deze ook verdient.
Stop de tijd Roken heeft echter nog een andere functie in de film, een die meer met de vertelwijze van het verhaal dan met de psychologie van de personages te maken heeft. Een acteur die de ene sigaret na de andere opsteekt en deze amper half opgerookt met een zenuwachtig gebaar in de asbak uitdooft toont de onzekerheid of de angst die hij zo graag wil verbergen. De minuten kunnen hem niet snel genoeg voorbij tikken, in de ijdele hoop, dat zo ook vanzelf de penibele situatie waarin hij zich bevindt veranderen. IJdele hoop inderdaad, en niet alleen omdat een sigaret schuld niet in onschuld kan veranderen, maar vooral omdat roken de tijd niet sneller doet gaan maar juist stopt.
De klassieke scène waarbij de tijd even stilstaat is die waarin de ter dood veroordeelde van de commandant van het vuurpeloton een laatste sigaret krijgt aangeboden. De Britse tv-komiek Kenny Everett maakte daarover ooit een sketch, waarbij de ter dood veroordeelde zolang bleef doorroken, dat alle leden van het vuurpeloton van verveling in slaap vielen, zodat hij - nog steeds rokend - kon ontsnappen. Het verhaal stokt echter in nagenoeg elke film even als een personage een sigaret opsteekt. De regisseur brengt meestal de volledige handeling in beeld en laat de camera op het gezicht van de roker inzoomen zodra hij zijn eerste haal heeft genomen en de rook uitblaast. Het is een moment waarin de held even vrijaf neemt van zijn rol en kan overdenken wat hem vervolgens te doen staat. Tegelijkertijd is het een moment waarop de kijker zich op een andere manier dan via de actie met de held kan identificeren. Jammer genoeg mag hij zelf in de bioscoopzaal niet roken, maar niets belet hem in de beslotenheid van zijn eigen huiskamer, voor zijn tv een shagje te rollen en zijn gedachten dezelfde kant te laten uitgaan als die van de man op het scherm.
Roken als metafoor Het stoppen van de handeling en de tijd is een bewust stijlmiddel van de cineast. De gebroeders Ethan en Joel Cohen laten in hun misdaadfilm Miller's Crossing een lange scène waarin enkele huurmoordenaars een gangsterboss in zijn eigen villa trachten te elimineren beginnen en eindigen met een sigaar. Het beoogde slachtoffer ligt op bed en dooft zijn half opgerookte sigaar in een asbak als hij de killers de trap hoort opkomen. Het aftikken van de as en het draaien van de nagloeiende punt op de rand van de asbak worden zorgvuldig in beeld gebracht. Vijf volle minuten later, als de maffioso de laatste moordenaar het loodje heeft laten leggen, zien we hem de sigarenstomp uit de zak van zijn kamerjas halen, in zijn mond stoppen en aansteken. De rook van de sigaar vermengt zich met die uit het verhitte machinepistool. Met dit nonchalante gebaar van "waar was ik ook weer gebleven?" kunnen de regisseurs de zelfverzekerdheid en superioriteit van hun personage beter onderstrepen dan met de schietpartij daarvóór. Er is niets gebeurd. Ik rook gewoon verder.
In zijn misdaadfilm Assault on Precinct 13 laat John Carpenter één van zijn personages, een ter dood veroordeelde moordenaar op weg naar de dodencel, de volgende zin uitspreken: "In mijn situatie is roken te vergelijken met seks. Elke vrouw die ik zie, elke sigaret die ik opsteek kan de laatste zijn." Roken is dus ook een metafoor voor het genieten en het verlengen van het leven.
Roken als levensbeschouwing In hun cinematografische meesterwerk Smoke hebben Wayne Wang en Paul Auster deze metafoor nog verder doorgetrokken en er de basis van het hele verhaal van gemaakt. De plot bestaat uit verschillende verhaallijnen die op een ingenieuze manier met elkaar worden verweven: een schrijver die sinds de dood van zijn vrouw met een "writersblock" worstelt, een zwarte 17-jarige jongen die op zoek is naar zijn vader, de eigenaar van een tabakswinkel die van een ex-vriendin te horen krijgt dat hij ooit een dochter bij haar heeft verwekt. De personages leren elkaar kennen in de tabakswinkel. Al rokend gaan hun verhaal- en levenslijnen in elkaar kronkelen, een beetje zoals de rook van diverse sigaretten boven een tafel. Net als hun collega's laten Wang en Auster de tijd geregeld stoppen wanneer er een aansteker of lucifer tevoorschijn wordt gehaald, maar in een film waarin zovéél wordt gerookt is ditnatuurlijk een paradox. Je zou dan ook kunnen stellen, dat hun eigenlijke bedoeling is geweest aan te tonen, dat de tijd ook doorwerkt als er ogenschijnlijk niets gebeurt. De eigenaar van de tabakswinkel (gespeeld door Harvey Keitel) maakt elke ochtend voor hij de zaak opent een foto van het pand. Dat levert een enorme verzameling albums op, met foto's waarop ogenschijnlijk steeds hetzelfde is te zien - en dus in feite niets. Schijn bedriegt echter. Op een avond tijdens het doornemen van de albums ziet de schrijver zijn overleden vrouw op één van de foto's en plots komt het verleden voor hem weer tot leven.
Roken lijkt, net als het maken van steeds dezelfde foto van steeds dezelfde plek, een zinloze bezigheid. De roker en de fotograaf stoppen de tijd, maar doen ogenschijnlijk niets nuttigs in die paar minuten. In werkelijkheid gebeurt er ook in die korte tijdspanne van alles. De fotograaf legt een kostbaar moment vast, de roker herinnert zich dierbare momenten, want terwijl zijn handen en zijn lippen bezig zijn met de sigaret staan ook zijn hersenen niet stil. In Smoke heeft het roken talloze betekenissen gekregen, vooral filosofische. Als Cassablanca de ultieme rookfilm kan worden genoemd op het vlak van psychologie is Smoke die op levensbeschouwelijk vlak.
Artistieke armoede Wang en Auster hebben het, in de ban van het succes van Smoke, niet kunnen laten een vervolg op hun film te maken, getiteld Blue in the Face. Hoewel een aaneenrijging van goede scènes, zoals die waarin Lou Reed eindeloos lang herinneringen ophaalt aan de vele sigaretten die hij gerookt heeft terwijl hij geniet van zijn laatstequot peuk, kan deze film niet tippen aan het origineel. Ook Cassablanca heeft een soort sequel gekregen in de vorm van de parodie die Woody Allen erop heeft gemaakt. De krachtige symboliek van deze oorlogsfilm heeft hij echter niet kunnen evenaren, laat staan werkelijk parodiëren.
Het is hoe dan ook de vraag of de huidige generatie cineasten nog in staat zal zijn een éénentwintigste-eeuwse versie van de ultieme rookfilm te maken. Naarmate het roken door de strengere wetgeving en de veranderende moraal uit het openbare leven wordt verdrongen wordt ook de rokende acteur of actrice een zeldzaamheid. Toen hij in de jaren zestig nog de hoofdrol speelde in spaghettiwesterns kon Clint Eastwood zijn bewegingloze gezicht toch tal van uitdrukkingen geven, simpelweg door de manier waarop hij de cigarillo tussen zijn lippen bewoog. In de jaren negentig moest de ouder geworden acteur het in dit opzicht helemaal hebben van de wijze waarop hij zijn halsplooien en de rimpels op zijn voorhoofd kon manoeuvreren. Voor de acteurs is het ongetwijfeld gezonder dat ze gestopt zijn met roken, voor degenen die naar hun films kijken is het ontbreken van tabaksrook op het witte doek vast en zeker een verleiding minder om zelf met roken te beginnen of door te gaan. Voor de cinematografie is de verbanning van de tabak echter een vorm van artistieke armoede. Roken en film maken zijn tientallen jaren onlosmakelijk met elkaar verbonden geweest. Wat de toekomst van het roken ook moge zijn, we zouden er wellicht beter aan doen de sigaret op het witte doek niet definitief in rook te laten opgaan.
Tekst: Jeroen Kuypers |