Banner
Home Boeken Hitler in Parijs
Hitler in Parijs Afdrukken E-mail dit artikel

Hitler in ParijsIn de vroege uren van de 28e juni 1940 bezocht Hitler voor de eerste en enige maal in zijn leven Parijs. Tijdens een bezoek dat even blitzartig verliep als de veldtocht die de Franse hoofdstad voor hem had bedwongen bezichtigde de Führer de in architectonisch opzicht belangrijkste gebouwen. Parijs diende als voorbeeld voor de nieuw te bouwen wereldhoofdstad Germania.

Vandaar, dat Hitler zijn twee favoriete architecten, Albert Speer en Herman Giesler, had meegenomen op zijn trip. Het verloop van de oorlog besliste echter anders. De geallieerde bommenwerpers maakten van Berlijn een ruïne eer Hitler zijn megalomane plannen met de Duitse hoofdstad in werkelijkheid had kunnen omzetten. Uit wraak trachtte de dictator niet alleen de bevolking van Duitsland, maar ook die van Parijs in zijn zelfvernietiging mee te slepen. Het met de grond gelijk maken van de Franse hoofdstad kon maar ternauwernood voorkomen worden.

In dit essay reconstrueert historicus en publicist Jeroen Kuypers niet alleen het bezoek van Hitler aan Parijs, maar ook de invloed van de Parijse negentiende-eeuwse architectuur en stedenbouw op de ideeën van Hitler, de mislukte kunstenaar die zichzelf als de grootste stedenbouwer aller tijden de geschiedenis zag ingaan, maar die te boek kwam staan als de grootste stedenvernietiger ooit.

 


 

 

De militaire campagne tegen Frankrijk duurde amper zes weken, het bezoek dat Hitler aan de Franse hoofdstad bracht niet meer dan drie uur. De Blitzkrieg werd afgesloten met een Blitzbesuch.

Deutsche Generale in Parijs 1940Slechts weinigen hebben de intocht van de veroveraar met eigen ogen kunnen aanschouwen. Dat geldt zowel voor de Duitse militairen als voor de Franse burgers. Omdat Parijs geen strategisch object was en de opperbevelhebber van de Wehrmacht zijn troepen zelfs nadrukkelijk het bevel had gegeven er geen gevechten aan te gaan was de bezettingsmacht in de eerste dagen na het ondertekenen van het wapenstilstandsverdrag gering. De meeste Parijzenaren waren nog altijd op de vlucht naar het zuiden. Arno Breker, die Hitler tijdens zijn bezoek vergezelde, merkt in zijn memoires op, dat ze in de voorsteden langs huizen met openstaande ramen en deuren reden. In één woning zag hij zelfs een volledig gedekte tafel met de maaltijd er nog op. De bewoners moesten overduidelijk in allerijl zijn gevlucht. Ze waren geen uitzonderingen. De Amerikaanse journalist William Shirer, die als verslaggever van een neutraal land in de hoofdstad was gebleven, noteerde in zijn boek The Collapse of the French Republic dat er de in de weken voorafgaand aan de overgave miljoenen Fransen en Belgen door de metropool waren getrokken, de meesten per trein, anderen per auto. Het grootste deel van de Parijzenaren was in die zuidwaartse mensenstroom meegetrokken. De Sovjetrussische journalist en schrijver Ilja Ehrenburg laat in zijn in 1942 verschenen roman De Val van Parijs één van zijn personages dan ook terecht een vergelijking trekken tussen de straten van Parijs en die van het antieke Pompeï de steden lijken beide doods en versteend in de tijd.

Arno BrekerDe getuigenissen van Hitlers bezoek zijn dan ook schaars. Een filmpje van de Duitse propagandadienst, een aantal foto's van de 'hoffotograaf' Heinrich Hoffmann en de herinneringen van drie mannen in zijn gevolg: Albert Speer, Arno Breker en Hermann Giesler.

De foto's en de film hebben geen datumaanduiding. De drie getuigen spreken elkaar op dit vlak tegen. Speer beweert, dat de Führer drie dagen na het ingaan van de wapenstilstand, dus op 28 juni, de stad bezocht; Breker en Giessler dateren het bezoek kort vóór de Armistice op de 23e. De historici geven geen uitsluitsel. Hitlers biograaf Ian Kershaw volgt Speer en kiest voor de 28e. Hetzelfde doet Speers biograaf, Joachim Fest. Frederic Spotts kiest in zijn boek Hitler and the Power of Aesthetics voor de versie van de twee andere getuigen en dateert het bezoek op de 23e. In veel andere boeken over Hitler komt het bezoek aan Parijs in het geheel niet voor of wordt het slechts zijdelings, in één zinnetje, genoemd. Charles de Gaulle wil in zijn driedelige oorlogsherinneringen blijkbaar simpelweg niet geweten hebben dat de Oostenrijkse korporaal ooit ook maar een voet in zijn geliefde Parijs heeft gezet.

Speer en HitlerGelukkig is de kwestie van de exacte datum het enige belangrijke twistpunt tussen de verschillende getuigen. Arno Breker is echter wel degene die de meest gedetailleerde informatie over het bezoek verschaft, ongetwijfeld omdat hij zich meer vereerd voelde dan de beide anderen, die als architecten veel vaker in Hitlers nabijheid verkeerden dan de beeldhouwer. Terwijl Speer slechts enkele pagina's in zijn honderden bladzijden dikke Erinnerungen aan het bezoek wijdt, spendeert Breker er een volledig hoofdstuk aan in zijn boek met de veelzeggende titel Paris, Hitler et moi.

Het is geen toeval, dat Hitler uitgerekend Breker, Speer en Giessler verzocht hem te vergezellen tijdens zijn bezoek. De laatste twee waren zijn architecten en stedenbouwkundigen, de eerste was één van Nazi-Duitslands beroemdste beeldhouwers. Brekers monumentale neo-classistische werken versierden menig Berlijns gebouw, van de nieuwe Rijkskanselarij tot het Olympisch Stadion. Het was bovendien de uitdrukkelijke wens van de Führer, dat Breker een aantal monumenten in het toekomstige Germania zou decoreren. In zijn herinneringen beweert Breker, dat Hitler hem vooral had meegevraagd als gids. De beeldhouwer had in de jaren twintig en dertig immers lange tijd in Parijs gewoond en sprak even vloeiend Frans als Duits. Tussen de regels door is echter duidelijk te lezen, dat Breker zijn aanwezigheid in dit selecte gezelschap als een promotie beschouwde. Of dit werkelijk zo was is twijfelachtig. De Duitse dictator speelde zijn paladijnen voortdurend tegen elkaar uit. Verdeel en heers was de ongeschreven wet waarop de Führerstaat was gebaseerd, zodat complete ministeries en legeronderdelen met elkaar wedijverden om de gunst van de leider. Hitler speelde het spel niet anders als het architectuur en stedenbouw betrof. Toen Albert Speers ster te snel leek te rijzen zorgde hij voor een tegenwicht door Hermann Giesler steeds meer opdrachten te bezorgen. Speer reageerde daarop als een jaloerse maar machteloze minnaar. In zijn memoires noemt hij zijn rivaal nauwelijks en als hij er toch niet omheen kan spelt hij diens naam steevast verkeerd, onbewust freudiaans of opzettelijk. Arno Breker had net zo'n tegenwicht in de persoon van Jozef Thorak Zijn collega speelt dan ook geen enkele rol in Paris, Hitler et moi.

De plaats van samenkomst was Hitlers tijdelijke hoofdkwartier in een dorpje nabij de Noord-Franse vestingstad Sedan. Vandaar vertrok het gezelschap om drie uur in de ochtend per vliegtuig naar het Parijse vliegveld Le Bourget. Daar aangekomen groeide de groep met nog meer militairen en vertrok ze in een kleine colonne voertuigen naar de stad. Kolonel Speidel, de officier die vooralsnog de leiding had over de weinige Duitse bezettingstroepen in de Franse hoofdstad, had de voorbereidingen ter plaatse getroffen en droeg zorg voor de bewaking.

Opéra National de ParisDe eerste halte was de Opéra. Dat Hitler uitgerekend voor dit gebouw de meeste belangstelling had was weinig verwonderlijk. Als dweepziek bewonderaar van de muziek van Richard Wagner speelde opera een grote rol in zijn leven. Hitler had zijn eerste visioenen van politieke grootheid in Linz, tijdens een uitvoering van een opera van Wagner. Het bijwonen van het Wagnerfestival in Bayreuth sloeg hij zelfs in de oorlogsjaren niet over en naar verluidt draaide hij grammofoonplaten met opnamen van Wagners muziek tijdens het schrijven van zijn redevoeringen. Geen wonder, dat de door Garnier ontworpen muziektempel hem de enthousiaste uitroep "het mooiste gebouw ter wereld!" ontlokte.

Twee enorme deuren gaven toegang tot een majesteitelijke hal, die door een gigantische trap werd gedomineerd. Dit monumentale aspect beviel de Führer zeer. Dat de trap door Napoleon III ook was bedoeld als symbool voor de sociale mobiliteit die zijn keizerrijk mogelijk maakte zal Hitler waarschijnlijk zijn ontgaan. Het feit, dat de president van de Franse republiek niet over een eigen ontvangstruimte kon beschikken deed de dictator daarentegen schamper opmerken: "Ziet u, heren, dat is nu de democratie."

Het gezelschap werd rondgeleid door een suppoost in een blauw uniform. Breker merkt op, dat de man aanvankelijk verstijfde van schrik toen hij Hitler zag binnenkomen. "Hij probeerde ons te negeren en toonde geen enkel teken van nieuwsgierigheid. Voor de eerste keer voelde ik de kloof die ons scheidde: de bezetting." Vanzelfsprekend kon de suppoost deze pose niet lang volhouden en diende hij de Duitsers van uitleg te voorzien. Daarbij toonde Hitler zijn gedetailleerde kennis van het bouwplan van de Opéra. Toen hij op een bepaalde plek een salon verwachtte en daar een muur aantrof gaf de suppoost toe, dat deze salon vele jaren geleden tijdens renovatiewerkzaamheden was gesloopt.

Bij het verlaten van de Opéra gaf Hitler één van zijn adjudanten opdracht de suppoost een fooi van vijftig Reichsmark te geven. De man weigerde beleefd maar beslist, zeggende, dat hij slechts zijn plicht had gedaan. Een stad veroveren was duidelijk niet hetzelfde als de harten van de bewoners voor je winnen.

Hitler en zijn gevolg op MadeleineDe volgende etappe was La Madeleine. Het gebouw met zijn klassieke zuilen en dak was oorspronkelijk bedoeld als een tempel voor Napoleon I, werd later een beurs, een bibliotheek, een onderkomen voor de Banque de France, een theater en uiteindelijk in 1842 een kerk (wat het nu nog is). Opnieuw was het de machtssymboliek die Hitler het meest aansprak, al beweert Breker dat hij over het interieur enigszins teleurgesteld leek. "Was de parallel met de antieke tempels te groot en ging daardoor misschien veel van de historische betekenis verloren?" vroeg de beeldhouwer zich af. Het lijkt waarschijnlijker dat Hitler vooral de afmetingen niet overweldigend genoeg vond. Hij zou aan het eind van het bezoek dezelfde reactie vertonen bij het Panthéon.

De omgeving van La Madeleine vond Hitler echter fascinerend. De enorme Place de la Concorde en vooral de bouwkundige eenvormigheid van de Rue de Rivoli spraken hem zeer aan. Het leek hem ook een goed idee een avenue te laten aanleggen met aan weerszijden twee identieke beelden, zoals die aan het begin van de Champs-Elysées staan.

Hitler bewondert de twee identieke beelden die de toegang tot de Champs-Elysées 'bewaken'Hitler gaf bevel de brede straat in een langzaam tempo door te rijden, zodat hij een goed zicht had op de gebouwen aan weerszijden en vooral op de Arc de Triomphe die aan het eind ervan majestueus verrees. De dictator kon zich slechts met de grootste moeite losrukken van het schouwspel. Toen de colonne de Arc was gepasseerd gaf hij opdracht de Avenue Foch in te rijden en halverwege om te keren, zodat hij de triomfboog nogmaals kon naderen. Pas daarna sloegen de wagens de Avenue Raymond Poincaré in en begaven ze zich naar het Trocadéro.

De Eiffeltoren was de derde halte. Hoewel Hitler een hekel had aan het gebruik van glas en ijzer voor bouwwerken bracht hij hulde aan dit overblijfsel van één van de negentiende-eeuwse wereldtentoonstellingen. Volgens hem was het een prachtig symbool van de industriële revolutie. Ook de ruime omkadering van de toren door het Museum voor Moderne Kunst en de vleugels van het Trocadéro paleis vond hij geniaal.

De beroemde foto met in de achtergrond de EifeltorenBreker maakte van de gelegenheid gebruik herinneringen op te halen aan de laatstewereldtentoonstelling die in Parijs gehouden was, die van 1937. Wellicht herinnerden Speer en Hitler zich op dat moment ook hoe ze op het laatste moment nog alles op alles hadden gezet om te voorkomen dat het nabijgelegen paviljoen van de Sovjet-Unie boven dat van Duitsland had uitgestoken. De mededeling, dat het Sovjet-paviljoen niet alleen tegenover dat van Duitsland kwam te staan, maar ook een stuk hoger zou zijn had Hitler zo onaangenaam getroffen, dat hij in eerste instantie de deelname aan de wereldtentoonstelling had willen annuleren. Speer slaagde erin die blamage ongedaan te maken. Door op het dak een enorme adelaar te plaatsen die de groep beelden van aanstormende figuren op dat van de Russen leek tegen te houden werden de deelnemers uit de Sovjet-Unie zelfs nog een beetje terechtgewezen. De Führer was in zijn nopjes met het resultaat. De organisatoren van de tentoonstelling gaven zowel de Duitsers als de Russen een medaille voor hun prestatie.

De volgende halte lag niet veel verder. Hitler liet de auto's stoppen om van nabij het Champs de Mars en de Ecole Militaire te kunnen bekijken, waarvan vooral de gevel hem fascineerde. Vervolgens werd doorgereden naar het eveneens op de linkeroever gelegen Les Invalides. Breker vermeldt nog, dat dit voor Hitler zo belangrijke moment bijna verstoord werd door het zicht op het monument voor generaal Mangin, de man die in 1921 de Franse troepen had aangevoerd die het Ruhrgebied bezetten. Het gezicht van de Führer kreeg een sombere uitdrukking, terwijl hij uitriep: "We moeten de toekomst niet belasten met dergelijke herinneringen!" Een duidelijk dreigement gericht tegen alle monumenten die aan de Franse overwinning van '14 - '18 gewijd waren.

Volgens alle getuigen was het bezichtigen van de Dôme des Invalides het hoogtepunt van het bezoek. Iedereen zweeg, terwijl Hitler de tijd nam de sfeer in de hal in zich op te nemen. Voor de sarcofaag met het lijk van Napoleon Bonaparte bleef hij lange tijd staan. De pet met de enorme klep die hij al die tijd gedragen had nam hij af en hield hij voor zijn buik.

Leiders van het Vichy régime: Pétain, Darlan en Laval"Hij stond daar met gebogen hoofd en staarde bewegingloos naar Napoleons sarcofaag," schrijft Hermann Giesler in zijn Ein anderer Hitler - Erinnerungen seines Architecten. "Daarna fluisterde hij mij toe: 'Jij zult mijn tombe bouwen, Giesler. We spreken er later nog wel over.'" De terloopse opmerking toont aan, dat Hitler niet zozeer in stille bewondering stond voor zijn reeds lang overleden mededictator, maar het bezoek aan het praalgraf aangreep voor een narcistische zelfbespiegeling over zijn eigen dood en begrafenis. Het vormde tevens aanleiding tot één van Hitlers talloze spontane beslissingen. Breker meldt, dat de Führer ter plekke besloot de as van de hertog van Reichstadt, de enige zoon van Napoleon I, te laten overbrengen van Wenen naar Parijs. De plechtige overhandiging van de urn door de Duitsers aan de Fransen zou op 15 december dat jaar inderdaad plaats vinden. Het was bedoeld als een verzoenend gebaar van de bezetter tegenover het bezette volk, maar omdat de Franse politici van betekenis zich niet voor deze poppenkast leenden miste het grotendeels zijn effect. Dat het gebaar zijn effect volledig miste was overigens evenzeer het gevolg van de arrogantie van de Duitsers. Toen admiraal Darlan, de aanvoerder van de Franse delegatie, voor het begin van de ceremonie aanstalten maakte de Duitse militaire bevelhebber van Frankrijk en de Duitse ambassadeur te groeten werd hij door de laatste ijzig aangestaard. Met het zinnetje: "Ga terug naar uw hotel. Ik heb u straks iets mede te delen," stuurde de ambassadeur hem als een schooljongen weg. De admiraal droop gehoorzaam af.

Via onder meer de boulevard Saint-Germain en de boulevard Saint-Michel, langs het Palais du Luxembourg en het Odéontheater arriveerde de colonne bij het Panthéon, waar opnieuw halt werd gehouden. Hitler toonde interesse voor de verering die de Fransen aan de dag leggen voor hun nationale genieën, zoals Voltaire en Victor Hugo, maar het gebouw zelf deed hem blijkbaar niets. Integendeel, volgens Speer was het 'een enorme teleurstelling'. Volgens Giesler luidde Hitlers commentaar dat het Parijse Pantheon "die naam niet waardig is, als je het vergelijkt met dat in Rome, dat met zijn prachtige lichteffecten vanuit de oculus waardigheid en sereniteit combineert. Dit gebouw daarentegen is donker, sterker nog: het is ronduit somber - en dat op zo'n stralende zomerdag."

De tocht ging verder langs het Ile de la Cité, de kathedraal de Notre Dame en het Louvre. De gotiek en andere middeleeuwse bouwstijlen behoorden allerminst tot Hitlers favoriete architectonische categorieën, hoewel hij kort daarvoor zozeer onder de indruk van de kathedraal van Straatsburg was gekomen dat hij die tot nationaal monument liet uitroepen. De Notre Dame bleek hij goed te kennen van foto's. De Führer maakte tijdens het hele bezoek geregeld opmerkingen waarmee hij zijn kennis van de stad en de gebouwen etaleerde. Aangezien de drie getuigen stuk voor stuk enorme bewonderaars van hem waren is er in hun verslagen geen spoor van irritatie te bekennen. Toch moet de dictator meer dan eens wijsneuzerig en pedant zijn overgekomen.

Hitler met Speidel op Butte de MontmartreHet Louvre was eindelijk weer een gebouw, dat Hitlers volle bewondering kon wekken. Vreemd genoeg eindigde de toer niet daar, maar op de Butte de Montmartre, de heuvel met de Sacré Coeur. Breker spreekt zijn verwondering uit voor die keuze - een moderne imitatie van middeleeuwse domkerken - maar Hitler had meer oog voor het schitterende panorama over de stad dan voor het koepelvormige gebedshuis achter hem.Terwijl de Duitsers commentaar leverden op het uitzicht werden ze op afstand gepasseerd door een groepje kerkgangers. De Parijzenaren herkenden wel degelijk de hooggeplaatste bezoeker, maar negeerden hem.

Een paar saluerende politieagenten, enkele huisvrouwen met openstaande mond, een onverschillige suppoost, wat schichtige kerkgangers en een krantenjongen die zijn stapel onverkochte exemplaren wegsmeet en wegholde, luid roepend "Hij is het! Hij is het!" - dat waren de enige Fransen die getuige waren van Hitlers eerste en laatste bezoek aan hun stad. Alles bij elkaar waren er misschien wel meer Duitsers in zijn gevolg dan Fransen op straat. Het bezoek had inderdaad meer weg van een inspectie van Pompeï dan van een majestueuze intocht. De Führer scheen het gebrek aan publiek niet te deren, wat niet wegneemt dat hij het onderwerp van een mogelijke Siegesparade enkele malen aansneed. Tegenover Breker rechtvaardigde hij zich met de wens de Fransen niet verder te willen intimideren nadat ze al in ijltempo een verpletterende nederlaag hadden geleden. Tegen Speer sprak hij echter over zijn vrees, dat Engelse bommenwerpers de overwinningsparade zouden kunnen verstoren. De veldheer Hitler was tijdens dit bezoek echter volledig ondergeschikt aan de architect Hitler

Nu ging het er uitsluitend om inspiratie op te doen voor de bouwkundige verovering van steden die reeds lang in zijn politieke macht waren.

Heeft Parijs volledig aan Hitlers verwachtingen voldaan? Op de terugtocht naar Sedan liet hij zijn privé-piloot Bauer in ieder geval nog een rondje over de stad vliegen, terwijl hij zelf zwijgend uit het raam staarde. Aan het begin van het bezoek had hij Breker nog toevertrouwd dat hij vroeger niets liever had gewild dan in Parijs wonen, dé kunstenaarsstad van de vorige eeuw, en dat hij dus enigszins jaloers was op de beeldhouwer die deze droom wél had kunnen waarmaken. Tegen Speer sprak hij in extatische bewoordingen over zijn bezoek: "Het was de droom van mijn leven Parijs te mogen zien. Ik kan je niet zeggen hoe gelukkig ik ben, dat die droom vandaag in vervulling is gegaan."

De uitspraak veroorzaakte bij de architect een gevoel van medelijden: een man die op het toppunt van zijn macht stond was intens gelukkig omdat hij drie uur lang in Parijs was geweest. Speer beschouwde het als één van de vele tegenstrijdigheden die zo karakteristiek waren voor de dictator. Je zou Hitlers gelukzaligheid ook als een uiting van provincialisme kunnen beschouwen. De man die zichzelf zag als de opperbouwmeester van Europa was zelden buiten Duitsland geweest. Het excuus van de armoede ging slechts op voor de eerste vijfendertig jaar van zijn leven. Ook als leider van één van de grootste politieke partijen, als kanselier en als Führer vertoonde hij zich nauwelijks buiten de grenzen van het Reich.

Terug in Duitsland begon de euforie echter al snel wat te vervagen. Dat wil zeggen: de bewondering voor Parijs werd vermengd met jaloezie. Parijs was immers een Franse en geen Duitse stad. Bovendien was Parijs in Hitlers ogen eerst en vooral een kopie van Rome, de stad die hij in 1937 tijdens een staatsbezoek dagenlang had mogen bewonderen. De kopie mocht het origineel niet overtreffen, maar het mocht er ook niet teveel voor onderdoen. Vandaar, dat het Panthéon hem zozeer was tegengevallen. Een ander aspect van de Franse hoofdstad dat hem minder had kunnen bekoren was de bouwstijl van het Seconde Empire. Hoewel Napoleon III Hitlers voorkeur voor het classicisme en diens afkeer voor moderne bouwmaterialen als ijzer en glas deelde bouwde het Seconde Empire niet groots genoeg. Waarschijnlijk waren deze beide bezwaren meer rationaliseringen voor zijn jaloezie dan zwaarwegende architectonische argumenten. Parijs was in zijn ogen de bouwkundige verheerlijking en onsterfelijkheid van Franse heersers. Die van hem moest dus nog indrukwekkender zijn.

"Was Parijs niet prachtig?", vroeg Hitler op retorische wijze aan Speer. "Maar Berlijn moet nog veel mooier worden. In het verleden heb ik me meer dan eens afgevraagd of we Parijs niet zouden moeten vernietigen, maar als we klaar zijn in Berlijn zal Parijs niet meer dan een schaduw vormen. Waarom zouden we het dus nog met de grond gelijk maken?"

Diezelfde avond vaardigde hij een decreet uit dat de bouwwerken in Berlijn in hun geheel moesten worden hervat. Hij antedateerde het decreet opzettelijk op 25 juni, de dag van de wapenstilstand met Frankrijk.

Vier jaar later, met de geallieerden voor de poorten van Parijs, speelde hij niet langer met de gedachte de Franse hoofdstad te vernietigen, maar verwoordde hij ze in een bevel aan de Duitse commandant van de plaatselijke bezettingstroepen. De Führer handelde als een gewelddadige afgewezen minnaar: als ik haar niet kan krijgen, dan zal niemand haar nog krijgen.

 
© 2006-2012   Max Moragie. All rights reserved.