|
Even leek erop, dat het roemloze einde van de Nieuwe Economie hem door ondernemers en journalisten persoonlijk werd aangerekend. Maurice de Hond mag dan tijdelijk de gebeten naamgenoot zijn geweest, een geslagen hond is hij allerminst. 'De Vijfde Dimensie', dat zowel een boek is over de mogelijkheden van het internet als een persoonlijk relaas van zijn belevenissen met 'Newconomy', bewijst, dat hij nog steeds boordevol ideeën zit.
Al enkele jaren is Mauricede Hond weer net als vroeger vooral bekend als opiniepeiler, maar in de jaren negentig was hij Nederlands bekendste internetgoeroe. In zijn in 2002 verschenen boek 'De Vijfde Dimensie' blikte hij voor eenmaal terug op zijn turbulente tijd bij het beursgenoteerde internetbedrijf 'Newconomy'.Even leek erop, dat het roemloze einde van de Nieuwe Economie hem door ondernemers en journalisten persoonlijk werd aangerekend. Maurice de Hond mag dan tijdelijk de gebeten naamgenoot zijn geweest, een geslagen hond is hij allerminst. 'De Vijfde Dimensie', dat zowel een boek is over de mogelijkheden van het internet als een persoonlijk relaas van zijn belevenissen met 'Newconomy', bewijst, dat hij nog steeds boordevol ideeën zit. Wie het heeft gelezen beseft bovendien, dat de huidige malaise wat de groei van het internet betreft feitelijk niets aan de waarde van die ideeën afdoet.
De Hond: "Aanvankelijk was ik van plan alleen maar een boek te publiceren over de manier waarop het internet onze manier van leven en werken veranderd heeft, maar toen ik het manuscript aan enkele mensen liet lezen, vroegen ze stuk voor stuk, waarom ik mijn belevenissen met 'Newconomy' niet erin had verwerkt. Ik merkte, dat sommigen zelfs de indruk hadden, dat ik het onderwerp uit de weg ging. Daarop heb ik besloten alsnog mijn persoonlijk relaas aan het papier toe te vertrouwen. Aangezien dat ook een deel werd van zo'n honderdvijftig pagina's dik zou je kunnen zeggen, dat 'De Vijfde Dimensie' twee boeken in één is geworden."
De vijfde dimensie is volgens u in de negentiende eeuw begonnen, op het moment, dat de techniek de mens in staat stelde ergens aanwezig te zijn zonder zich daarvoor fysiek te hoeven verplaatsen. U kiest de uitvinding van de telefoon als vertrekpunt. Is dat geen willekeurig punt? Waarom bijvoorbeeld niet de fotografie?
De Hond: "Fotografie is volgens mij toch een variant van de schilderkunst. Pas met de komst van de film konden mensen zich echt in een andere werkelijkheid verplaatsen. Ik geef echter toe, dat er een zekere willekeur in dit voorbeeld zit. Tenslotte is film in wezen niets anders dan een razendsnelle opeenvolging van fotobeelden. Ik heb de uitvinding van de telefoon genomen, omdat dit de eerste maal was in de geschiedenis, dat de mens buiten zijn fysieke beperkingen trad. Je kunt een gesprek voeren met iemand duizenden kilometers ver zonder daarvoor eerst een lange reis te hoeven maken. Je overstijgt dus als het ware de grenzen van de vier andere dimensies - de drie ruimtelijke en die van de tijd. Dat concept is nu voor iedereen heel normaal, maar was destijds bijna onbegrijpelijk. Ik probeer die verwarring te verduidelijken aan de hand van de wereldkampioenschappen voetbal die in 1998 in Parijs werden gehouden. Als ik tweehonderd jaar terug zou gaan in de tijd en zou proberen Napoleon duidelijk te maken, dat honderden miljoenen mensen via de televisie bij die wedstrijden aanwezig waren zónder fysiek in het stadion te zijn, zou hij dat waarschijnlijk nauwelijks kunnen bevatten. Trouwens, zelfs AlexanderBell, de uitvinder van de telefonie, had geen besef van de draagwijdte van zijn techniek. Hij meende aanvankelijk, dat de telefoon zou worden gebruikt om de komst van een telegram aan te kondigen. Die reactie - nieuwe techniek gebruiken op de manier waarop je dat met oude gewend bent - zie je ook nu nog voortdurend."
Dus ook met internet. Is dat wellicht ook de diepere oorzaak van het mislukken van sommige projecten, zoals de internetversies van bepaalde dagbladen?
De Hond: "Inderdaad. Sommige uitgevers deden niets anders dan een uitgeklede versie van de papieren krant op het internet zetten. Toen ze daarvoor geld gingen vragen haakten veel mensen af. Waarom? Omdat die internetkrant geen meerwaarde bood ten aanzien van de papieren versie, dus waarom zou je daarvoor nog gaan betalen ook? In mijn optiek zouden de beide versies elkaar moeten aanvullen. Je zou bijvoorbeeld onderaan elk artikel het e-mailadres van de journalist kunnen zetten, zodat een lezer direct kan reageren. Nu verschijnt een ingezonden brief pas enkele dagen nadat het stuk waarop de briefschrijver reageert al gepubliceerd is. Als lezer weet je soms amper nog waarover het gaat. Een ander voorbeeld is, de recensies van films en theatervoorstellingen beschikbaar houden op de website. Soms ga je naar de bioscoop naar aanleiding van een positieve bespreking van een film, maar vaker zou je enkele uren voor je vertrekt, eens willen weten wat de recensent over die speelfilm heeft geschreven. Dan is het heel wat makkelijker als je even de website van je dagblad kunt aanklikken dan dat je in de kattenbak moet graaien naar de krant van enkele dagen geleden. Ik ben ervan overtuigd, dat je zowel het lezen van de papieren versie als het bezoeken van de website van de krant daarmee sterk kunt stimuleren."
Bent u niet te optimistisch? Wordt de dalende belangstelling voor kranten in het algemeen (en dus ook voor hun internetversies) niet tevens veroorzaakt doordat de jeugd steeds minder leest?
De Hond: "Ik erken wel, dat er sprake is van een zekere mate van 'ontlezing', maar ik geloof toch, dat het belang daarvan sterk overtrokken wordt. De jeugd leest wel, maar anders; minder boeken en kranten, maar veel meer op het scherm. De nieuwe generatie is duidelijker in de ban van de beeldcultuur dan de vorige. Ze pikt de informatie op een andere manier op, maar jongeren zijn daardoor niet noodzakelijkerwijs minder geïnformeerd dan ouderen. Die andere manier van informatieverwerking is trouwens ook iets, waarop de aanbieders van webpagina's moeten inspelen. Veel bedrijven denken nog altijd teveel vanuit de aanbodkant en niet vanuit de vraagkant. Het feit op zich, dat een techniek nieuw is lokt geen klanten. Ze zullen enkel massaal gebruik maken van het nieuwe medium als ze er ook daadwerkelijk voordeel van kunnen behalen. Dat zie je heel goed aan het voorbeeld van de vliegmaatschappijen KLM en Easyjet. Het percentage KLM-passagiers dat zijn ticket bestelde via de website bleef bedroevend laag, terwijl Easyjet er zoveel succes mee had, dat na verloop van tijd het telefoonnummer van de vliegtuigrompen werd verwijderd en vervangen door het adres van de website. Vanwaar dit verschil? KLM berekende het kostenvoordeel niet door aan de klant en Easyjet wel. Daardoor was boeken via het internet bij de laatste niet alleen sneller en eenvoudiger, maar ook aanzienlijk voordeliger, terwijl de klanten van KLM uiteindelijk toch liever de vertrouwde weg via het reisbureau bewandelden."
Ondanks de spectaculaire groei van het gebruik van internet, heefthet medium de enorme economische verwachtingen die er halverwege de jaren negentigin werden gesteld niet waar kunnen maken. U legt de schuld daarvoor gedeeltelijkbij de overheid, die slechts mondjesmaat in de infrastructuur hiervoor heeftgeïnvesteerd.Is dat wel terecht? Zijn die investeringen geen taak voor bedrijven als KPN?
De Hond: "Een privé-bedrijf als KPN had en heeft niet het kapitaal om op grote schaal in breedbandvoorzieningen te investeren, net zomin als de NS de aanleg van een compleet spoorwegnet zou kunnen bekostigen. Het is dus een taak van de overheid ervoor te zorgen, dat elk huis en elk bedrijfspand in Nederland een werkelijk breedbandige aansluiting krijgt op het internet. Pas als die bottleneck van modempjes en analoge telefoonlijntjes is opgelost kan het medium zijn enorme potentie echt realiseren. Het is niet voor het eerst, dat ik dit beweer. Al in mijn eerste boek over hetinternet, 'Dankzij de Snelheidvan het Licht', uit 1995, heb ik hiertoeopgeroepen. De politici hebben echter nauwelijks gehoor gegeven aan deze oproep.Ja, ze hebben wat lippendienst aan het idee bewezen, maar als puntje bij paaltjekwam, gaf geen van hen thuis. Sterker nog: toen de aandelen van internetbedrijvensterk begonnen te dalen kreeg ik de indruk, dat velen leedvermaak hadden. Datgetuigt van kortzichtigheid, want in de jaren negentig had Nederland een forsevoorsprong kunnen opbouwen op het gebied van dienstverlening en kenniseconomie.In plaats van te investeren in de communicatiemiddelen van de toekomst koos deNederlandse overheid er echter voor massaal geld te spenderen aan die van hetverleden. Miljarden gingen naar de Betuwelijn, een project waarvan nu al vaststaat, dat het economisch rendement ervan uiterst mager zal zijn."
De vraag is natuurlijk of investeringen in de 'virtuele' infrastructuurwel helemaal ten koste van die in rails en asfalt mogen gaan. Tenslotte moetende verkeersproblemen wel worden opgelost.
De Hond: "Het probleem is, dat ze op deze manier niet werkelijk worden opgelost. Het nu al jaren durende gehakketak rond de vijfde landingsbaan op Schiphol had bijvoorbeeld voorkomen kunnen worden als reeds decennia geleden was besloten tot de aanleg van een tweede grote luchthaven bij Lelystad. De politiek heeft te weinig oog voor de mogelijkheden van de nieuwe techniek en probeert dit soort problemen dus zuiver met gebruikmaking van de oude technieken op te lossen. De situatie doet me denken aan die in New York in 1900. Toen verscheen een rapport waarin gesteld werd, dat het aantal paard en wagens in het straatbeeld zo sterk toenam, dat de straten van de stad tegen 1940 onbegaanbaar zouden zijn wegens de enorme hoeveelheden paardenstront waardoor ze zouden worden bedekt. De oplossingen die werden voorgesteld hadden allemaal wel iets met strontruimen te maken, terwijl er in werkelijkheid in 1940 nog nauwelijks een paard en wagen in het straatbeeld van New York te zien was. Onze verkeersproblemen zullen we evenmin onder de knie krijgen door alleen maar naar de vervoermiddelen van nu te kijken. We zullen ook oog moeten hebben voor de mogelijkheden van bijvoorbeeld telewerken of het werken in grote verzamelgebouwen aan de rand van de steden."
De bedoeling van Newconomy was kapitaal te investeren in jonge bedrijven die met succes pionierden met de nieuwe internetmogelijkheden. Aanvankelijk ging dat erg goed, maar uiteindelijk balanceerde het bedrijf op de rand van de financiële afgrond. Heeft u achteraf gezien de risico's niet enorm onderschat?
De Hond: "Nee. Ik zag wel in, dat het niveau dat aandelen van ICT-bedrijven op Wall Street bereikten op een bepaald moment overspannen hoog was en dus naar beneden zou worden gecorrigeerd, maar ik nam aan, dat het enige tijd zou duren eer die correctie vanuit Amerika naar Europa zou overwaaien. Met andere woorden: ik dacht, dat we voldoende tijd zouden hebben - tenminste nog een half jaar- om Newconomy stevig uit te bouwen en voor te bereiden op de klap. De beursmalaise overviel ons echter veel eerder dan we verwachtten. In feite is ze in notime overgeslagen van de Amerikaanse naar de Europese beurzen. Dat deed ons min of meer de das om - niet het vermeende gebrek aan winstgevendheid. Veel internetbedrijven hadden wel degelijk een goede winstmarge, onder andere omdat ze relatief weinig kosten hadden, maar ze investeerden nagenoeg al dat geld in de uitbouw van hun onderneming. De beurscrash heeft ook die ondernemers op een ongelukkig en vooral kwetsbaar tijdstip verrast."
Ondanks alle tegenwerking van uw toenmalige collega's heeft u Newconomy wel van de ondergang kunnen redden. Het bedrijf bestaat nog steeds. Beschouwt u Newconomy als een geslaagd of een mislukt experiment?
De Hond: "Eerder mislukt dan geslaagd. We hebben onze doelstellingen niet kunnen realiseren. Newconomy is nu een speler van veel minder formaat dan destijds Met het schrijven van dit boek is deze periode in mijn leven voor mij voorgoed afgesloten."
Het barsten van de zeepbel rond de internetaandelen en de beloften van de zogenaamde Nieuwe Economie heeft veel ondernemers wantrouwig gemaakt wat de mogelijkheden van internet betreft. Hebben we wellicht ook niet meer zoveel extra voordelen van het medium te verwachten?
De Hond: "Oh jawel. Er vallen bijvoorbeeld nog enorme kostenbesparingen te realiseren op het gebied van administratie. Elke ondernemer die nagaat hoeveel tijd en energie er verloren gaan met het telkens weer kopiëren en bevestigen van orders, vaak nog handmatig ook, beseft, dat hier fors bespaard kan worden, dank zij de inzet van de modernste ICT-technologie. Zoals ik echter in mijn boek beweer zal het nog een aantal jaren duren eer al die voordelen ten volle benut gaan worden. Ik vermoed, dat we pas vanaf 2010 werkelijk gaan profiteren van de mogelijkheden die de vijfde dimensie ons biedt. Dat laatste neemt echter niet weg, dat die vijfde dimensie al meer dan een eeuw in onze leefwereld merkbaar en zichtbaar aanwezig is. De komende jaren zal ze alleen maar merkbaarder en zichtbaarder worden."
Tekst: Jeroen Kuypers & Leo lanser |