|
Het lot kan soms tegelijk wreed en ironisch zijn.Theo van Gogh legde de laatste hand aan zijn speelfilmover de moord op Pim Fortuyn toen hij zelf het slachtoffer werd van een fanaticus. Hoewel de regisseur de rol van de vermoorde politicus had kunnen laten vertolken door een acteur koos hij ervoor beeld- en geluidopnamen van de man zelf in de film te monteren, inclusief het beeld van de pas neergeschoten Fortuyn. Andere prominente politici liet hij op dezelfde wijze in de film optreden. Het gebruik van authentiek materiaal en de suggestieve manier van monteren geven een bijzondere spanning en betekenis aan '06/05', maar hebben ook geleid tot woedende reacties van enkele politici. AV Media sprak met scenarist Tomas Ross over de vele discussies hij met de altijd even eigenzinnige Theo van Gogh heeft gehad bij de verfilming van zijn roman 'De Zesde Mei'.
"We hadden een andere visie op het verschijnsel Pim Fortuyn," zegt Tomas Ross. "Ik had sterke bedenkingen bij het optreden en de ideeën van deze populist; Theo daarentegen was een fan van Fortuyn. Bovendien herkende hij zichzelf in het schreeuwerige en provocerende optreden van de Rotterdammer. De bewondering was trouwens wederzijds. Fortuyn heeft Van Gogh zelfs nog willen voordragen als minister van cultuur, maar daar zag Theo wijselijk van af. Terwijl ik vooral geïnteresseerd was in de raadselachtige omstandigheden van de moord, ging Theo's belangstelling hoofdzakelijk uit naar de demonisering van Fortuyn. Hij wilde met zijn speelfilm laten zien hoe politici als Rosenmöller,Van Dam en De Graaf met hun beschuldigingen van racisme en fascisme tegen de nieuwbakken politicus een geestelijk klimaat hadden geschapen waarin Volkertvan der Graaf zich gerechtvaardigd voelde Fortuyn te vermoorden."
Studentikoos Ongeacht het feit of je als kijker de film als een thriller óver de Nederlandse politiek of een thriller met politieke bedóelingen klasseert, is '06/05' cinematografisch de moeite waard, met fraai camerawerk, degelijk acteerwerk en een scenario dat de aandacht tot de laatste scène vasthoudt. In vergelijking met zijn oudere, niet altijd even evenwichtige films lijkt Theo van Gogh in zijn laatste werk zelfs een stevige mate van ouderwets vakmanschap te hebben bereikt.
Ross: "Hij begon eindelijk het belang in te zien van een goed verhaal. Het was zelfs zijn vondst de plot te laten beginnen bij de moord in plaats van ermee te eindigen. In mijn roman werk ik naar de zesde mei toe, maar als we dat stramien voor het scenario zouden hebben behouden had ik veel moeten uitleggen voor we aan wat actie toekwamen. Theo had dat idee uit OliverStone's film 'JFK', over de moord op president Kennedy. Het was ook zijn idee van het Zeeuwse meisje uit mijn roman een Turkse te maken. Ook dat werkte bij nader inzien beter.
Met andere veranderingen die hij voorstelde was ik het echter helemaal niet eens. Zo is Van Dam, de inspecteur van de binnenlandseveiligheidsdienst, in mijn boek een typische grijze ambtenaar. In de film liet Van Gogh de acteur die Van Dam speelde, Cas Wouters, onder meer zijn nagels lakken, verwijfd zijn haren kammen en met een handdoek over zijn hoofd zwetend op een hometrainer fietsen. In een bepaalde scène zie je ook enorme bandrecorders op de achtergrond staan draaien, van die apparaten die al decennia niet meer worden gebruikt. 'Theo,' zei ik. 'daarmee maak je het personage alleen maar belachelijk en dus ongeloofwaardig.' 'Ach wat, dat is toch leuk!', was zijn antwoord. Daarin herkende ik weer de Van Gogh van de kunstfilms, die hij naar scenario's van TheodorHolman maakte, vol studentikoze humor. Die humor wist hij bovendien niet te doseren. Hij wilde zelfs een scène draaien waarin Kok en consorten na het vernemen van het nieuws van de moord op Fortuyn in het torentje de champagnekurkenlaten knallen. Gelukkig heb ik die nog kunnen laten schrappen. Bij andere veranderingen heb ik me echter moeten neerleggen. Tenslotte was Theo de regisseur."
Kort na de moord op Theo van Gogh op 2 november 2004 zette Tomas Ross zich op verzoek van Martin Ros aan het schrijven van zijn herinneringen aan de cineast. Het boekje - boordevol serieuze beschouwingen en komische anekdotes - is onlangs verschenen bij uitgeverij Aspekt. Voor zijn roman De Zesde Mei werd Tomas Ross in november 2003 onderscheiden met de Gouden Strop, de meest prestigieuze prijs voor Nederlandstalige misdaadromans. Ter gelegenheid van de verfilming verscheen een speciale filmeditie bij uitgeverij De Bezige Bij.
Een minderwaardig mens Het ridiculiseren van het personage Van Dam leidde tot irritatie bij Tomas Ross, maar bij deze jarenlange vriend kon Van Gogh zich dat zonder probleem veroorloven. Heel anders was het toen hij politici impliciet en expliciet ging beschuldigen. Zo wordt in de film Fortuyns 'njet' tegen de Joint Strike Fighter alshet eigenlijke motief voor de moord naar voren geschoven. De veiligheidsdienst is op de hoogte van Van der Graafs moordplan, maar laat hem begaan omdat Fortuyn in het parlement tegen Nederlandse deelname aan dit straaljagerproject zou stemmen. In een scène waarin enkele Amerikanen met Van Dam en zijn collega's overleggen wordt voorgesteld na de dood van de leider de nummer 98 op de Lijst Pim Fortuyn naar voren te schuiven: een onbekende ambtenaar op het ministerie van defensie die dol is op vliegtuigen en dus zeker vóór zal stemmen.
Ross: "Mat Herben heeft een woedend ingezondenstuk in de dagbladen van de GPD geplaatst. In mijn antwoord heb ik hem er eerst en vooral op gewezen, dat hij zijn woede eigenlijk op Theo zou moeten richten, want die was de regisseur, maar ik blijf erbij dat we niet te ver zijn gegaan omdat de omstandigheden rond de benoeming van Herben tot eerste man van de LPF op zijn minst merkwaardig zijn. Tenslotte kwam de man uit het niets en was het geen geheim dat Fortuyn zelf van hem af wilde. Wie ook kwaad reageerde was Marcel van Dam. Van Gogh had aan het eind van een sequentie met uitspraken van politici een scène gemonteerd waarin Van Dam Fortuyn uitmaakt voor 'een minderwaardig mens'. Van Dam opperde - terecht - dat die uitspraak niet uit de verkiezingstijd van 2002 stamde maar van enkele jaren daarvoor en dat hij zich er later bovendien voor had verontschuldigd. Natuurlijk wist Theo dat ook, maar hij liet de scène er toch in."
Pief paf poef Dergelijke aanvaringen met politici hadden misschien voorkomen kunnen worden als Van Gogh ervoor had gekozen hun karakters door acteurs te laten vertolken. Juist het gebruik van documentair materiaal vergroot echter ook de politieke zeggingskracht van de film, een zeggingskracht die de regisseur door zijn soms kolderieke overdrijving tegelijk weer ondergraaft. Daardoor heeft '06/05' uiteindelijk toch iets onevenwichtigs gekregen. Terwijl 'De Zesde Mei' een boek is met niet alleen een consequente spanningsopbouw en karakterisering, maar ook tot nog toe de enige roman is die een weloverwogen beeld geeft van deze voor Nederland zo uitzonderlijke verkiezingstijd, schiet de verfilming ervan zijn doel af en toe voorbij door de eigenzinnigheid van de regisseur. Volgens Tomas Ross was die nu eenmaal kenmerkend voor Theo van Gogh.
"Deze film was niet bepaald ons eerste samenwerkingsproject. We hebben bijvoorbeeld eens een dertiendelige dramaserie gemaakt die door de TROS zou worden uitgezonden. De serie werd gesponsord door een zorgverzekeraar, die ons volledig carte blanche gaf en maar één verzoek had: telkens als iemand een been brak of ziek werd moest een tegenspeler opmerken: "Wat erg. Je bent toch wel verzekerd?". Het hoofdpersonage moest bovendien een huisarts zijn. We zaten eens bij acteur Peer Mancini aan tafel te brainstormen. Toen die opstond om wat te drinken te halen struikelde hij en riep uit 'Au!'. 'Dat wordt de titel van de serie,' merkt Theo prompt op. De huisarts kreeg in elke aflevering een wachtzaal vol allochtonen en vrouwen en discrimineerde en kwetste er vrolijk op los. Het verbaasde me dan ook niets, dat de vertegenwoordigers van de omroep na de preview hoofdschuddend de zaal verlieten en besloten de serie niet uit te zenden. Theo was natuurlijk in alle staten. Zoals altijd had hij de preview niet durven bijwonen en hevig zwetend en kettingrokend op de gang staan wachten, maar dit had hij niet verwacht. Later is de serie trouwens aangekocht door Canal Plus en alsnog uitgezonden, maar dat kon hem op dat moment vanzelfsprekend niet troosten.
Hij sleepte me mee naar een restaurant waar hij oesters en wijn bestelde en woedend begon te eten en te drinken. Omdat hij altijd en eeuwig in zijn neus zat te peuteren zag ik op een gegeven moment een grote brok snot verschijnen. Theo smeerde die aan een oester, riep de ober aan tafel en beklaagde zich op luide toon over de kwaliteit van het voedsel. 'Proef nou zelf. Dat is toch niet smakelijk meer!'. De verbouwereerde ober at de door Van Gogh besmeerde en aangewezen oester en gaf hem gelijk. Pas toen de man met een zuur gezicht vertrokken was kon Theo weer lachen. Zo'n kwajongensstreek was ook typerend voor hem. Uiteindelijk trok hij niets aan van een tegenslag als die met 'Au!', deels omdat hij in gedachten alweer met een volgend project bezig was.
Om die reden was ook de montage niet zijn sterkste kant bij het filmen. Wat hem interesseerde was het samenwerken met acteurs, het eigenlijke regisseren. Een dialoogscène had zijn intense belangstelling, maar als er een actiescène moest worden gedraaid kon hij die rustig aan zijn cameraman overlaten en een stukje gaan wandelen. Dat was toch maar pief-paf-poef vond hij. Dat hij misschien toch in slaap zou zijn gevallen in de montagekamer was voor ons in zekere zin een geluk bij een ongeluk, omdat we zo de film uiteindelijk helemaal in zijn geest hebben kunnen afmonteren. We hadden gebruik kunnen maken van de golf van aandacht en sympathie na de moord en de film eerder dan gepland in roulatie brengen, maar dat leek ons niet kies. Ik vind het boek nog altijd beter dan de film, maar na het zien van '06/05' denk ik wel, dat Theo van Gogh als cineast inmiddels zo'n niveau had bereikt dat deze film toch een waardige afsluiting van zijn carrière vormt."
Tekst: Jeroen Kuypers |