interview met Akif Pirincci
Sinds hij in 1989 'Felidae' publiceerde heeft de Duitser Akif Pirincci internationaal geweldig veel succes geoogst met zijn privé-detective in kattengedaante: de kater Francis. De 'Francis-romans' zijn geen fabels in de strikte zin van het woord, omdat de leefwereld van de katten en honden duidelijk gesitueerd is in het moderne Europa en mensen een bescheiden rol spelen in het verhaal. Het zijn ook geen louter voor de ontspanning geschreven thrillers. Niet alleen slaat de zeer belezen en aan Schoppenhauer verslaafde kater iedereen met welgekozen citaten om de oren. Met thema's als het uitsterven van inheemse diersoorten en de manier waarop een oorlog kan worden ontketend, weet Pirincci door de mond van zijn viervoetige personage ook veel behartenswaardigs over huidige maatschappelijke ontwikkelingen te berde te brengen. Als het aan de kat lag kocht ze waarschijnlijk een roman van Pirincci. Miljoenen Europeanen en één Hollywoodproducent hebben het advies van hun huisdier reeds gevolgd.
De voormalige hoofdstad van de Bondsrepubliek ligt er tegenwoordig enigszins verlaten bij. Nu parlementariërs en ambtenaren en masse naar Berlijn zijn verhuisd staan heel wat panden leeg en lijkt Bonn nog meer dan vroeger op het provinciestadje dat het in wezen altijd is geweest. De 41-jarige Akif Pirincci woont op het gelijkvloers van een kleine villa in de componistenbuurt. De bijbehorende tuin biedt een kale winterse aanblik en wordt slechts opgesmukt door een reusachtige cyperse kat, die ons vanaf de leuning van een verweerde teakhouten tuinbank nieuwsgierig opneemt.
Pirincci: "Paula is de laatst overgeblevene van de vijf katten die ik oorspronkelijk had. Zij is echter niet degene op wie ik Francis heb gebaseerd. Dat was een kater die uitzonderlijk intelligent was en ogenschijnlijk een beetje telepathisch begaafd. Hij wist in ieder geval altijd precies wat ik van plan was. Ik hoefde maar aan het avondeten te denken of hij liep al naar de keuken. Cujo heette het dier, genoemd naar de hond in de gelijknamige roman van Stephen King."
Ook Francis is uitzonderlijk intelligent en vooral welbespraakt. Omdat de romans in de ik-vorm zijn geschreven lijkt de stijl een mengeling van die van Oscar Wilde en Raymond Chandler, die tot fraaie, vaak humoristische zinnen kan leiden. Wanneer de kater in een aquarium vol Piranha's valt klaagt hij bijvoorbeeld, dat het geknaag van de roofvissen hem verhindert zich op het verdrinken te concentreren. Komt de stijl uit het personage voort, of andersom?
Pirincci: "De stijl is die van een dandy. Ik heb die ontwikkeld nadat ik had besloten, dat Francis een Sherlock Holmes-achtige detective moest worden, iemand die het van zijn slimheid en deductievermogen moest hebben om de misdaad op te lossen, en niet zozeer vanzijn fysieke handigheid. Vandaar, dat mijn thrillers een zekere gelijkenis vertonen met sommige romans van Agatha Christie . Francis is in zekere zin de dierlijke tegenhanger van Hercule Poirot, maar dan wel voorzien van turboaandrijving. Bovendien heeft hij een geschiedenis en is hij in elk boek weer een stuk ouder. Ik houd niet van die tijdloze helden die ogenschijnlijk eeuwig jong blijven. James Bond zou onderhand in de tachtig moeten zijn en al lang en breed impotent, in plaats van in elke nieuwe film schietend en vrouwen versierend op het scherm te verschijnen."
De romans ontlenen hun kracht voor een deel aan het consequent volgehouden kikvors-, of in dit geval beter 'kattenperspectief'. Mensen heten 'blikopeners', honden worden door Francis en zijn kompanen aangeduid met de denigrerende termen 'maanaanbidders' of 'keffers', terwijl de honden op hun beurt de katten 'muizenkwellers' noemen.
Pirincci: "Geen enkele maal gebruik ik het woord 'kat', om de doodeenvoudige reden, dat de lezer bij dat woord vanuit zijn eigen perspectief direct het dier voor ogen heeft en de zorgvuldig opgebouwde betovering verbroken is. Mensen spelen hoe dan ook slechts een bijrol. Francis woont bij Gustav, een wat wereldvreemde Egyptoloog met overgewicht en ook de overige 'hominiden' in mijn romans zijn weinig spraakzame, solitaire figuren."
Dat neemt niet weg, dat het thema van deze fabels in de eerste plaats de mensenwereld is. Zoals 'Reynaert de Vos' en George Orwells 'Animal Farm' een persiflage zijn op respectievelijk de middeleeuwse standenmaatschappij en de sovjetsamenleving, zo kunnen de Francis-romans als een studie van de menselijke vernietigingsdrang worden gelezen. In het recent in Nederlandse vertaling verschenen 'Francis II' dreigt er een regelrechte oorlog uit te breken tussen de tot dan toe vreedzaam naast elkaar levende katten- en hondengemeenschap in de wijk waar Francis woont. Een onbekende killer heeft zowel enkele katten als een aantal honden vermoord. De twee gemeenschappen verdenken elkaar ervan een oorlog te willen uitlokken. Ironisch genoeg blijkt juist dat wederzijds wantrouwen de belangrijkste brandstof voor het beginnend conflict.
Pirincci: "Toen ik aan deze roman schreef was juist het conflict in Kosovo gaande. Het viel me op hoe, gemakkelijk zo'n burgeroorlog ontbrandt; hoe welgekozen propaganda eeuwenoude animositeit en burenruzies kan doen ontaarden in een regelrechte burgeroorlog. Ik was echter nog meer gefascineerd door het overduidelijk archaïsche karakter van deze oorlog. Een dictator meende, dat hij ongestraft een paar miljoen mensen kon verjagen en hun land in bezit nemen. 'Zo, de rest van de wereld mag 'mijn' Albanezen hebben en op hun voormalige grondgebied plant ik een paar honderdduizend van 'mijn' Serven.' Iets dergelijks moet Milosevic gedacht hebben. In deze tijd, waarin het al minstens honderd jaar om de toegang tot grondstoffen, kapitaalstromen en markten gaat, redeneerde en handelde Milosevic als een middeleeuwse roofridder. Blijkbaar zitten de oude agressieve instincten die onze mensensoort in de oertijd zo succesvol hebben gemaakt nog niet zo diep in ons onderbewustzijn opgeborgen. Tegelijkertijd raakte ik geboeid door de uitwerking van dit geweld op de overige Europeanen. Degenen die nu bejaard zijn, zijn de laatsten die nog een oorlog aan den lijve hebben ondervonden, de rest kent oorlog, en geweld in zijn algemeenheid, slechts uit boeken en vooral uit films. Toch heeft ook dit pure weten ons aangetast. Slechts weinigen hebben de holocaust meegemaakt en overleefd. Toch heeft de kennis van de jodenvervolging iedereen die na de oorlog geboren is veranderd. Ik ben ervan overtuigd, dat zelfs de neonazi's, die soms luidop beweren, dat er opnieuw joden moeten worden vergast, niet onbevangen over dit onderwerp kunnen denken. Enerzijds is het natuurlijk goed, dat kennis en beelden van voorbije en huidige oorlogen massaal geconsumeerd worden, anderzijds vraag ik me af, of deze ons, op een onbewust niveau, in negatieve zin beïnvloeden en een diep sluimerende agressie voeden. Ik heb dat zelf al eens aan den lijve ondervonden. Enkele jaren geleden ben ik op de Seychellen geweest tijdens een vakantie. Op een dag vertrok mijn gezelschap onder leiding van een gids naar één van de kleinere eilandjes, waar we een berg zouden beklimmen. Het bleek, dat we te weinig water bij ons hadden en in de tropische temperatuur die er heerste had ik na enkele uren een verschrikkelijke dorst. Het woord 'dorst' maakt net als 'honger' deel uit van ons dagelijkse taalgebruik, maar op dat moment besefte ik, dat ik tot dan toe nog nooit werkelijk dorst had gekend. Ik voelde, dat ik moést drinken of anders eenvoudigweg zou uitdrogen, en vervolgens realiseerde ik me met angst en beven nog iets heel anders, namelijk, dat ik zonder aarzeling een moord zou plegen, wanneer iemand een fles water bij zich had en die niet aan mij zou willen geven."
De tol van de jeugdige roem
Akif Pirincci debuteerde in 1981 met de roman 'Am Ende kommen immer die Tränen', die in hetzelfde jaar in het Nederlands werd vertaald. In Duitsland zijn er tot op heden meer dan honderdzeventigduizend exemplaren van verkocht en alleen al het eerste jaar gingen er meer dan honderdduizend van over de toonbank. Het literaire en commerciële succes bleek een vergiftigd geschenk voor de jonge auteur.
Pirincci: "Ik verdiende in één jaar honderdduizend mark en dat bedrag heb ik er ook in één jaar doorheengejaagd. Voorzichtige waarschuwingen wat opzij te zetten voor de belastingen wuifde ik lachend weg. 'Hoe zou de fiscus daar nu achter kunnen komen?' vroeg ik oprecht onnozel. 'Ik ga het ze niet vertellen'. Een jaar later kreeg ik natuurlijk toch een aanslag van exact vijftigduizend mark. 'Ik kan u niet betalen, want ik heb dat geld niet meer,'was mijn oprecht verbaasde reactie bij de inspecteur. Dat pikte hij natuurlijk niet en ik heb die schuld de jaren nadien netjes in maandelijkse termijnen mogen aflossen. Inmiddels was ik ervan overtuigd een geniaal auteur te zijn wiens toekomst niet zozeer in de literatuur als wel in de filmwereld lag. In plaats van direct een tweede roman te schrijven heb ik jarenlang scenario's geschreven, waarvan er geen enkel verfilmd is. Achteraf bezien besef ik, dat ze eigenlijk niet slecht waren, maar dat de wereld van de film een heel andere is dan die van de literatuur. Inmiddels zijn die scenario's verouderd en nog slechts vulsel voor mijn archief. Aanvankelijk werd ik vaak op party's uitgenodigd en als mij dan werd gevraagd wat ik schreef, antwoordde ik zelfverzekerd: 'Scenario's, maar ik ben nog in onderhandeling met een regisseur.' De tweede keer klonk mijn antwoord al wat terughoudender en de vijfde keer vroeg tot mijn opluchting niemand nog iets. Gelukkig schreef ik af en toe ook nog artikelen en korte verhalen, anders waren mijn toenmalige vrouw en ik ergens tussen 1982 en 1988 beslist van honger omgekomen."
Toch heeft Pirincci geen spijt van zijn jarenlange geploeter met scenario's. Het leerde hem hoe hij een plot visueel en spannend gestalte kon geven, hetgeen goed van pas kwam bij het schrijven van 'Felidae', de eerste Francis-roman. Toch wilde aanvankelijk geen enkele uitgever hem een contract bieden voor het manuscript. -Pirincci: "Ik heb het naar minstens dertig uitgevers gestuurd en telkens kreeg ik hetzelfde commentaar: onduidelijk voor welke doelgroep dit geschikt is. Op den duur verzond ik nog hooguit honderd pagina's, zonder veel hoop op een positieve reactie. Op een dag kreeg ik een telefoontje van een vrouwelijke redacteur van wie ik met de ochtendpost een afwijzende brief had ontvangen. Ze wilde graag de rest van het manuscript lezen. 'Waarom?' vroeg ik verbouwereerd, 'U heeft het boek net geweigerd!'. Het bleek, dat ze voor zichzelf graag wilde weten hoe het afliep. Toen wist ik, dat ik toch iets goeds geschreven had en nog geen week later kreeg ik een aanbod van Goldmann, één van de grootste uitgevers van Duitsland. Echt enthousiast waren ze trouwens niet. Ze zouden het eens proberen met een oplage van achtduizend. Binnen een week bleek die te zijn uitverkocht, zelfs nog voor er ook maar één recensie was verschenen. Sindsdien is mijn literaire carrière één grote successtory. Niet alleen zijn er intussen miljoenen exemplaren verkocht van mijn Francis-romans, ook mijn andere boeken zijn in die stroom meegesleurd. Van een andere thriller, 'Der Torso' (in het Nederlands verschenen onder de titel 'De Romp'), over een detective zonder armen en benen, zijn bijna een half miljoen exemplaren gedrukt. Tegenwoordig ben ik zelfs in Turkije een gevierd auteur. Mijn ouders zijn in 1983 naar hun geboorteland teruggekeerd. Toen ik er enkele jaren geleden voor de televisie werd geïnterviewd, ontdekte ik, dat mijn Turks min of meer was blijven stilstaan sinds het moment, dat ik op negenjarige leeftijd, naar Duitsland emigreerde. Ik kon slechts antwoorden in een zeer eenvoudig soort 'Kinderturks'. De man die een kater zo welbespraakt kon laten oreren bleek zelf amper in staat tot het vormen van één degelijke zin in het Turks. Als Francis me zo had horen stamelen zou hij in alle toonaarden hebben ontkend, dat ik zijn geestelijk vader ben."
Via Francis laat Pirincci echter ook een ander besef zien, dat het resultaat kan zijn van dergelijke levensbedreigende situaties. In 'Francis I' bijvoorbeeld wordt de kater op een bepaald moment in het riool achtervolgd door wat hij beschouwt als een menigte hongerige ratten. Terwijl hij naar de uitgang sprint denkt hij: 'terug naar de zondagse depressies, de regenachtige middagen, kortom: de heerlijke sleur van het dagelijks bestaan'. Een dier, zelfs een huisdier, maakt in zijn leven heel wat meer levensbedreigende situaties mee dan de gemiddelde inwoner van een welvaartsstaat. Het gaat echter niet zozeer om kwesties van dood of leven, maar om de intensiteit waarmee iemand leeft.
Pirincci: "In vergelijking met een kat zijn wij nogal afgestompt. In mijn romans overdrijf ik natuurlijk, maar iemand als Archie, de bovenbuurman van Gustav en dus van Francis, een getatoeëerde dikzak, die zich elk weekend helemaal klem zuipt, kan moeilijk een fijnbesnaarde levensgenieter worden genoemd; en zoals hij zijn er velen. Er zijn vanzelfsprekend belangrijke verschillen in de belevingswereld van katten en mensen. Francis is een onbesneden kater, maar zijn liefdesavonturen zijn kort en to-the-point en volledig verstoken van de ingewikkelde erotiek, zoals wij die kennen. Toch leeft een kat veel intenser dan een mens. Het dier geniet meer van het moment en van simpele dingen als eten, spelen en slapen. Dat vanzelfsprekende plezier in ogenschijnlijk banale zaken probeer ik de lezer voor ogen te houden. Katten mogen dan al duizenden jaren gedomesticeerd zijn, de afstand tot de natuur blijft gering. Ik pleit er niet voor, ons wekelijks in een levensgevaarlijke situatie te begeven, maar het zou wel beter zijn, als wij ons dagelijks realiseerden, dat we een dier als alle andere zijn, onderhevig aan dezelfde gevaren als ziekte, aftakeling en dood. Twee jaar geleden verkeerde ik in een zware persoonlijke crisis. Om me op te beuren vertelde mijn moeder me, dat ik als kind tweemaal zwaar ziek was geweest en in het toen nog van veel moderne medicijnen verstoken Turkije maar ternauwernood aan de dood was ontsnapt. Daar kikkerde ik enorm van op. 'Akif,' sprak ik mezelf toe, 'Je bent al bijna veertig en je hebt niet alleen enkele infectieziekten overleefd , maar ook een jarenlang rantsoen van twee pakjes sigaretten per dag."
Hoezeer de avonturen en commentaren van Francis ook betrekking hebben op de wereld der 'blikopeners', zijn schepper heeft hem niet uitsluitend als mens in dierengedaante bedoeld. Tussen de regels door refereert hij ook aan de miljoenen paarden, honden en duiven die in oorlogen zijn gesneuveld, aan de vele huisdieren die door hun bezitters achteloos op straat worden gegooid en de eenzaamheid van hun 'wilde' neven en nichten. Wanneer de kater in 'Francis I' een Lynx ontmoet die, in het kader van een 'herintroductieprogramma' met drie soortgenoten vanuit Canada naar Europa is gevlogen en daar in de bossen is vrijgelaten, blijkt hij een doodongelukkig dier. Bij gebrek aan natuurlijke prooidieren zijn de Lynxen gedwongen geweest zich met ander vlees te voeden en zijn reeds twee van hen aan een infectieziekte bezweken. De Lynx is de laatste van zijn soort op een heel continent.
Pirincci: "Sommige recensenten en lezers zijn geschrokken van het geweld in mijn romans, maar fabels kunnen nu eenmaal, net als sprookjes, erg grimmig zijn. Misschien zijn ze echter wel het meest geschrokken van het feit, dat ik voortdurend laat zien hoe wreed de mens niet alleen tegenover zijn eigen soortgenoten, maar tegen alle andere levensvormen kan zijn. Wreedheden als foltering en verkrachting kwalificeren we meestal als 'beestachtig', maar geen enkel dier bezit zulke kwaadaardige eigenschappen. Dat is een begripsverwarring die we dringend zouden moeten uitbannen. We hebben geen enkele reden het 'dierlijke' in de mens te vrezen, maar daarentegen alle reden bang te zijn voor het specifiek 'menselijke' in zijn karakter."
Jeroen Kuypers & Piet de Moor Verschenen in: De Morgen, november 2000 |