Interview met Robert Littell
De CIA won de koude oorlog, maar om een toekomstige 'hete' te kunnen voorkomen zal de inlichtingendienst heel wat beter werk moeten afleveren dan het geklungel van vlak vóór de aanslagen van 11 september 2001. Daartoe zal het lessen moeten trekken uit het succesvolle verleden. Voormalig Newsweek-journalist Robert Littel deed vier jaar lang niets anders en verwerkte zijn kennis en inzichten in een kanjer van een roman, 'De Machtsfabriek', een boek dat al direct na verschijnen alom geprezen werd als een verbluffend historisch document en als de definitieve roman over de CIA. Het hierna volgende interview met hem werd niet eerder gepubliceerd.
Als een generaal de vorige oorlog probeert te winnen leidt dat gegarandeerd tot een nederlaag. Voor de directeur van een inlichtingendienst hoeft die wijsheid echter niet automatisch op te gaan. Juist omdát de CIA de koude oorlog gewonnen had meende de leiding van de Amerikaanse spionagedienst, dat de methoden en strategieën uit dit veertig jaar lange conflict overbodig waren geworden. De aanslagen van 'elf september' - vooralsnog de grootste blunder ooit uit de geschiedenis van de geheime diensten - bewezen hoezeer de leiding van de CIA het mis had. Om een nieuwe 'hete' oorlog te kunnen winnen zal de inlichtingendienst de lessen die men in de voorbije 'koude' geleerd heeft moeten ophalen. Indien we willen weten hoe de Amerikaanse geheime dienst van de (nabije) toekomst er uit zal zien, hoeven we dus slechts zijn verleden te bestuderen.
Voormalig Newsweek-journalist Robert Littell deed vier jaar lang niets anders en verwerkte zijn kennis en inzichten in een kanjer van een roman, 'De Machtsfabriek', een boek dat al direct na verschijnen alom geprezen werd als een verbluffend historisch document en als 'de definitieve roman over de CIA.'
"De CIA is in 1947 opgericht met in eerste instantie uitsluitend de opdracht inlichtingen over de vijand te verzamelen en te analyseren, "zegt Robert Littell. "De naam zegt het al: Central Intelligence Agency. Al snel echter bleek, dat de KGB zijn eigen taak allerminst tot spioneren en analyseren beperkte. Tijdens de eerste na-oorlogse Italiaanse verkiezingen werden de communistische vakbonden vanuit geheime fondsen voorzien van grote sommen geld, zodat ze de aan hen gelieerde communistische partij royaal konden steunen. Daarop heeft de CIA op zijn beurt fondsen vrijgemaakt om niet-communistische bonden te steunen. Vanaf het begin heeft de CIA dus twéé taken gehad: de min of meer passieve en officiële om geheime inlichtingen te vergaren en te interpreteren, en de actieve en officieuze om regeringen die de VS onwelgevallig zijn te destabiliseren. Die tweede taak is altijd een duistere én een gevaarlijke geweest. De presidenten die opdracht gaven tot het politiek elimineren van een buitenlands staatshoofd wisten, dat ze hiermee niet alleen tal van internationale rechtsregels overtraden, maar ook het Kremlin konden uitdagen tot tegenzetten."
Was het 'activisme' van de CIA misschien een erfenis van zijn voorganger, de OSS ? Agenten en officieren die hun ervaring hadden opgedaan tijdens de tweede wereldoorlog konden tijdens de koude oorlog waarschijnlijk moeilijk achter hun bureau blijven zitten...
Littell: "Dat speelde zeker mee, en niet alleen in de jaren vijftig. Toen Ronald Reagan na zijn verkiezingsoverwinning in 1980 een nieuwe directeur van de CIA aanstelde werd dat William Casey, een voormalig OSS-agent uit de tweede wereldoorlog. De OSS dropte agenten in onder meer bezet Frankrijk die de opdracht hadden bruggen en spoorlijnen op te blazen om het de Duitsers te verhinderen hun tankeenheden snel te verplaatsen. Casey had een broertje dood aan het saaie analytische werk waartoe de dienst zich na het Watergate-schandaal onder Carter had beperkt. Hij verlangde naar actie en die kwam er dan ook in de vorm van verdoken, maar massale steun aan de Contra's die het sandinistische regime in Nicaragua omver trachtten te werpen.
Eén van de problemen met die clandestiene acties was, dat de CIA relatief veel mensen erbij moest betrekken wilde ze er succes mee hebben. Veel mensen betekende echter ook veel kansen op een 'lek' en dus een gebrekkige geheimhouding. Toen Kennedy in 1961 in laatste instantie opperde de invasie van Cuba af te gelasten, waarschuwde de toenmalige directeur van de CIA Allen Dulles hem, dat er dan wel een groot 'disposalproblem' was. De dienst had vijftienhonderd Cubaanse ballingen gerekruteerd, bewapend en getraind. Als de invasie niet doorging zouden die vijftienhonderd mannen naar Florida terugkeren en daar onvermijdelijk vroeg of laat gaan kletsen met journalisten. Uiteindelijk kwam het natuurlijk toch allemaal uit. De mislukte invasie in de Varkensbaai kostte Dulles zijn kop, vijfentwintig jaar later betekende het Iran-Contra-schandaal het einde van de CIA-carrière van Casey."
Clandestiniteit betekende vaak ook halfhartigheid. Je kunt je afvragen of dit niet de ware oorzaak was van het mislukken van veel van de acties die u in uw boek beschrijft. Zou bijvoorbeeld de invasie in de Varkensbaai succesvol zijn geweest als de CIA meer mensen en middelen had kunnen inzetten?
Littell: "Ik betwijfel het ten zeerste. De CIA was destijds in de ban van haar succes in Guatemala. In 1954 had Jacobo Arbenz, een wat links georiënteerde president, een paar honderdduizend hectaren plantagegrond van de United Fruit Company genationaliseerd. Arbenz had de UFC keurig de wettelijke waarde van de grond betaald, maar daarmee had hij de Amerikaanse multinational wel een koekje van eigen deeg gegeven. Om zo min mogelijk belasting te betalen had de UFC die waarde namelijk extreem laag in de boeken opgenomen. Helaas voor Arbenz had niemand minder dan John Foster Dulles, destijds minister van buitenlandse zaken van de VS, zitting in de Raad van Commissarissen van de United Fruit Company. Forster Dulles lichtte zijn broer Allen in en samen besloten ze Arbenz - die plots een 'damned communist bastard' was geworden - te verjagen. De CIA dropte enkele groepen door haar getrainde guerrillastrijders die wat aanslagen pleegden, van Amerikaanse kentekens ontdane vliegtuigen gooiden her en der leaflets uit die het naderende einde van Arbenz aankondigden en voilá - het trucje werkte. Arbenz kreeg het doodsbenauwd en vluchtte naar het buitenland. De UFC kon haar grond terugkrijgen.
Dit relatief eenvoudige scenario werd ook toegepast bij de invasie van de Varkensbaai. Fidel Castro ontpopte zich als 'a pain in the ass' en moest verdwijnen. De verwachting was, dat de succesvolle landing van een kleine, maar goed uitgeruste groep guerrillero's een domino-effect zou bewerkstelligen en de interne oppositie op het eiland mobiliseren. Kennedy was echter beducht voor de publieke opinie en minimaliseerde voortdurend de Amerikaanse steun. Het aantal bombardementen waarbij de kleine Cubaanse luchtmacht diende te worden uitgeschakeld werd bijvoorbeeld teruggebracht tot één en de Amerikaanse marine mocht de ballingen geen steun verlenen vanuit zee. Hierdoor maakte hij het voor Castro inderdaad tamelijk makkelijk de ballingen op het strand in de varkensbaai te isoleren en met tanks en vliegtuigen af te maken. Tot Kennedy's verdediging moet ik echter aanvoeren, dat de leiding van de CIA een veel te beperkte kijk had op de invasie en zijn mogelijke gevolgen. Dulles en de zijnen hadden alleen maar oog voor Castro, maar de president was bang voor de reactie van de Sovjet-Russische leider Nikita Khrushchev. Zou hij bijvoorbeeld een blokkade van West-Berlijn aankondigen, zoals Stalin in 1947 al had gedaan? Veel meer nog dan de knulligheid van veel geheime operaties denk ik, dat de angst voor de uiteindelijke consequenties van het succes ervan ze de das omdeed. De Amerikaanse presidenten schrokken op het laatste moment terug en bliezen de acties af. President Eisenhower en Foster Dulles hadden bijvoorbeeld jarenlang via de CIA partizanen achter het IJzeren Gordijn gesteund en de bevolking van Oost-Europa via 'Radio Free Europe' opgeroepen in verzet te komen tegen de communistische dictatuur. Toen in oktober 1956 de Hongaren als eersten ook daadwerkelijk de wapens opnamen was hun reactie: 'We gaan geen derde wereldoorlog riskeren vanwege Hongarije'. De Hongaren werden in de steek gelaten en de tot dan toe gehanteerde 'roll back strategy' werd stilletjes begraven."
Ook de eigenlijke taak van de CIA was bepaald niet zonder risico's. In zijn roman beschrijft Robert Littell hoe de Amerikaanse inlichtingendienst jarenlang een doorgeefluik was van geheime informatie - naar het Kremlin wel te verstaan. Vooral de Engelse zusterorganisatie, MI6, was tientallen jaren zo lek als een mandje. Belangrijke agenten, als Guy Burgess en Kim Philby, waren reeds in de jaren dertig door de Sovjet-Russische geheime dienst gerekruteerd en als 'mol' de Britse organisatie ingesluisd. Vooral Kim Philby heeft de Amerikanen enorme schade kunnen berokkenen, omdat hij de verbindingsman was tussen de CIA en MI6. Hij was de boezemvriend van James Angleton, het hoofd van de contraspionage binnen de CIA, en kon de KGB zo voortijdig en uit de eerste hand informatie verschaffen over nagenoeg alle acties van de Amerikaanse en Britse inlichtingendiensten. Uiteindelijk kwam de contraspionage hen te dicht op de hielen en voor het net zich volledig sloot ontkwamen de 'mollen' naar de Sovjet-Unie, waar ze als helden werden onthaald en een bescheiden staatspensioen kregen. In de rangen van de CIA was het onderlinge wantrouwen gewekt. Het zou nooit meer in slaap worden gesust - met alle negatieve gevolgen van dien.
Littell: "James Angleton was een buitengewoon scherpzinnig man. Tijdens een cursus poëzie ontleden op Harvard had hij geleerd, dat een tekst wel zeven verschillende lagen informatie kon bevatten en dat je bij het bedrijven van contraspionage dus attent moest zijn op diverse lagen met verborgen betekenissen in berichten. Zijn grootste fout was, dat hij de tegenpartij onderschatte, want sommige Russen waren in staat wel ácht lagen betekenis in een tekst te leggen. Angleton heeft daardoor de carrières van honderden veelbelovende CIA-agenten geruïneerd en een aantal echte 'mollen' ongemoeid gelaten."
Uit uw beschrijving van hem kun je concluderen, dat Angleton paranoïde was, maar dat zullen er toch wel meer zijn geweest in de spionagewereld?
Littell: "Een man in zijn positie moést enigszins paranoïde zijn. Zijn probleem was, dat hij na de affaire Philby té paranoïde werd. Echt verwonderlijk was dat inderdaad niet. De wereld van de inlichtingendiensten lijkt waarschijnlijk nog het meest op die van Lewis Carolls' 'Alice in Wonderland' : zodra je er binnen stapt is niets meer wat het lijkt. Die beroemde negentiende-eeuwse roman speelt dan ook een belangrijke symbolische rol in mijn boek. 'Mollen' waren overigens niet de enige agenten die zich anders voordeden dan ze waren. Hetzelfde gold voor sommige 'overlopers'. Indien een overloper interessante informatie had gaven de Amerikanen hem in ruil daarvoor geld en een nieuwe identiteit. Niet elke overloper kwam echter uit vrije wil. Sommige werden door de KGB opzettelijk gestuurd om de tegenpartij met 'desinformatie' te voeden. Het probleem met 'desinformatie' was echter, dat ze, om geloofwaardig te lijken, moest worden verpakt in echte informatie. De CIA had dus de grootste moeite om oprechte overlopers van agenten te onderscheiden. De KGB moest op haar beurt echter weer op haar hoede zijn, dat een 'mol' die zij de Amerikaanse inlichtingendienst had binnengesluisd niet werd ontdekt en door de CIA 'omgedraaid'. In dat geval kon de vermeende dubbelagent een 'trippelagent' worden, die de Russen met 'desinformatie' voedde."
Sinds het einde van de Koude Oorlog lijken 'mollen' tot het verleden te behoren. Toch werd er vorig jaar een ontdekt binnen de afdeling contraspionage van de FBI, die meer dan tien jaar voor de Sovjets én de Russen had gewerkt. Hoe reëel is het gevaar, dat een andere buitenlandse dienst, bijvoorbeeld de Irakese, 'mollen' uit de Sovjettijd reactiveert? Hoe denkbeeldig is het, dat corrupte ambtenaren binnen de huidige Russische geheime dienst op dergelijke wijze verkregen informatie doorverkopen aan een terroristische groepering, zoals 'Al Qaida'?
 Littell: "Het geval Robert Philip Hanssen, de FBI-agent die als 'mol' werd ontmaskerd en vorige zomer veroordeeld, hoeft inderdaad niet op zichzelf te staan. Sterker nog: volgens mij is het één van de grote uitdagingen van de huidige CIA, na te gaan, hoeveel van die dubbelagenten er nog binnen de eigen dienst rondlopen. Het probleem is echter, dat de CIA van na de Koude Oorlog nauwelijks is toegerust voor die taak. Dat merk je onder meer aan de manier waarop de Amerikaanse overheid met de informatie omgaat die ze van de gevangen Al Qaida- en Talibanstrijders op Guantanamo Bay heeft losgekregen. De afgelopen jaren kregen we met de regelmaat van de klok waarschuwingen te horen: terroristen zouden het nu eens gemunt hebben op bruggen, dan eens op banken, en dan weer op hoge gebouwen. Volgens mij was een groot deel van die informatie pure 'desinformatie', maar blijkbaar maakt de CIA dat onderscheid niet meer of in onvoldoende mate. Je kunt ook weinig anders verwachten van een organisatie die voor haar inlichtingen bijna volledig vertrouwt op spionagesatellieten en die tien jaar geleden nagenoeg al haar ervaren en deskundige veldwerkers aan de dijk heeft gezet. Dat heeft de CIA erg kwetsbaar gemaakt. Toen de dienst bijvoorbeeld informatie zocht over het regime van de Taliban kwam de directie tot de ongelooflijke constatering, dat er binnen de hele CIA niemand was die één van de in Afghanistan gesproken Centraal-Aziatische talen verstond. Ze moest een beroep op de Pakistaanse geheime dienst om de documenten en afgeluisterde gesprekken te vertalen. Uitgerekend de ISI - de dienst die het Talibanregime min of meer in het zadel heeft geholpen. Dat zullen dus nogal waarheidsgetrouwe vertalingen zijn geweest."
We mogen toch aannemen, dat de CIA heeft geleerd van 'elf september' en dat de dienst steeds meer gelijkenis is gaan vertonen en nog zal gaan vertonen met de organisatie uit de tijd van de Koude Oorlog?
Littell: "Ik zou daarvan maar niet zo zeker zijn. Uit welingelichte bron heb ik vernomen, dat er momenteel vijf analisten zijn die zich full time bezighouden met het bestuderen van Al Qaida. Vijf! Na alles wat er gebeurd is zou je verwachten, dat het er inmiddels vijfhonderd waren!
George Tenet, de man die directeur was van de CIA ten tijde van de terroristische aanslagen op New York en Washington, heeft na elf september geen ontslag hoeven nemen. Toen vorig jaar een Amerikaanse onderzeeër onder de kust van Hawaï per ongeluk een Japanse vissersboot ramde, waarbij diverse vissers om het leven kwamen, werd de kapitein, zeer terecht, van zijn taak ontheven. George Tennet, de man die medeverantwoordelijk is voor de grootste blunder in de geschiedenis van de veiligheidsdiensten ooit, namelijk het negeren van alle aanwijzingen, dat er een grote terroristische aanslag op komst was, mag eenvoudigweg aanblijven. Dat zegt waarschijnlijk meer over de besluiteloosheid van de huidige president dan over de politieke overlevingskunst van de CIA directeur. Tennet is, wat wij Amerikanen noemen, 'chummy', ofwel charming and friendly. In het contact van mens tot mens kan hij zijn gesprekspartner makkelijk voor zich innemen. Een onwetend en daardoor onzeker persoon als George W. Bush voelt zich blijkbaar erg op zijn gemak bij zo'n man en is dus geneigd hem in de buurt te houden.
Dat gebrek aan verantwoordelijkheid en vechtlust is misschien nog wel het meest verontrustende kenmerk van de huidige CIA. Ik wil de vroegere leidinggevenden en agenten van de inlichtingendienst allerminst verheerlijken. Het waren mannen met sterke en zwakke kanten, en ik hoop, dat ik die in mijn roman beide naar behoren heb uitgelicht. Ze waren er echter van overtuigd, dat ze een strijd op leven en dood uitvochten met de agenten van een systeem dat dan misschien geen 'evil empire' was, maar wel buitengewoon dictatoriaal. Ten tijde van de Koude Oorlog had de CIA de wil om te winnen. "We're goin' to get them bastards" was het officieuze devies. Die wil om te winnen is primitief, maar wel noodzakelijk. De CIA kan en hoeft niet volledig terug naar de organisatie en instelling van vroeger, maar als ze de war on terrorism werkelijk wil winnen zal ze zich toch echt drastisch moeten spiegelen aan haar eigen verleden"
Jeroen Kuypers & Piet de Moor |