Banner
Home Verhalen Wodka - Bert Raven
Wodka - Bert Raven Afdrukken E-mail dit artikel

Bert Raven (1928-2001)

Wordt mijn opvolger weer een jongen?" vroeg Magid aan Göran. De veertigjarige Göran en de eenentwintigjarige Magid waren in de keuken snacks aan het maken.
"Dat is nog niet beslist", zei Göran.
Magid glimlachte tegen hem.
"Je meent het."
"Je weet, dat ik dat niet alleen uitmaak", zei Göran.
Alleen Kirsten bepaalt dat, had Magid willen zeggen, maar hij had de man al vaak genoeg gekwetst en op deze avond van zijn afscheid wou hij het mooi houden.
"Als het maar geen zwarte is", zei hij. "Daarmee zouden Kirsten en jij ons kwetsen."
Göran vroeg zich af of de jongen iets gehoord had. Zwijgend legde hij de snacks op een dienbord en liep ermee naar de salon. Magid volgde hem.
In de salon zaten Görans vrouw Kirsten en twee andere jongemannen: Habib en Raji in fauteuils. Kirsten was 37, Habib 29 en Raji 25. Habib en Raji waren vóór Magid houseboy bij Kirsten en Göran geweest. Zij beiden waren 15 jaar geleden vanuit Zweden naar Marokko gekomen. Zij was modeontwerpster en werkte voor een groot damesconfectiebedrijf in Kopenhagen. Göran had geen beroep.

Kirsten had veel succes met haar werk. Tien jaar geleden had ze met Göran een sombere behuizing in de medina kunnen verwisselen voor een kleine villa even buiten de stad.
"Magid denkt dat we nu een zwart meisje gaan nemen", zei Göran tegen Kirsten terwijl hij de snacks op tafel zette. Vervolgens vulde hij uit de whiskyfles de glazen bij.
"Magid meent het niet", zei ze.
"Natuurlijk geen zwart meisje en zelfs geen zwarte jongen", zei Habib.
"Nou, dat laatste...", zei Raji.
Ze lachte schamper.
"Hoe dan ook, ik zou het niet doen, Kirsten", zei Magid. "Jullie zouden in achting dalen en wij zouden het als een vernedering zien."
"Achting..., achting", schamperde ze. "Doe niet zo hypocriet, Magid."
Ze hief het glas op.
"Kom, drink met ons mee op een rooskleurige toekomst met onze vierde."
De anderen volgden haar voorbeeld.
"Veel geluk, Kirsten.., veel geluk, Göran en Kirsten", werd er gemompeld.
"Zwarten kunnen zich een hele tijd bijzonder fatsoenlijk voordoen", zei Magid. "Maar vroeg of laat blijkt altijd dat ze in hun hart een donker hoekje hebben, waaruit een of andere gemene streek naar buiten komt."
"Neem die zwarte die jarenlang op dat reisbureau werkte, tot aan het licht kwam dat hij reisbiljetten stal en ze aan zijn familie gaf", zei Raji.
"Dat was niet die zwarte, maar die Halit Swami die er ook werkte", waagde Göran te zeggen. "En dat is een berber met blauwe ogen en blond haar."
"Maar dat verhaal over die Razak is waar", bracht Magid naar voren. "Hoe lang had hij niet in Hôtel Bellevue gewerkt, tot hij werd gesnapt, dat hij travellercheques van gasten stal?"
"Ja, dat deed hij heel handig", viel Raji hem bij. "Als hij een pakje cheques van een toerist te pakken kon krijgen nam de schurk nooit een paar dat bovenaan lag, of enkele van onderen, maar altijd een stel uit het midden. Zo viel het niet meteen op. De toerist zou cheques blijven uitgeven. Eens zou hij de diefstal ontdekken, maar dan viel het natuurlijk moeilijk meer te achterhalen waár hij was bestolen."
"Een slimme knaap dus", reageerde Kirsten met iets van spot in haar ogen.
Op dat moment klonk de deurbel.

Khalil was 17. Hij woonde met zijn moeder en twee jongere zusjes in een klein huis in de medina. Zijn vader was een jaar geleden gestorven. Khalil had toen net zijn bac gehaald. Hij had graag verder willen studeren, maar na de dood van zijn vader was daar helemaal geen sprake meer van geweest. Hij moest nu voor het gezin zorgen.
Zoals veel van zijn medeleerlingen had hij geen baan kunnen vinden die aansloot bij zijn opleiding. Uiteindelijk was het hem gelukt onregelmatig werk te krijgen in de vissershaven. Een kennis van zijn overleden vader, een man van vijftig, Oulem geheten, had hem dat aangeboden. Oulem was niet getrouwd en Khalil had door dat de man heimelijk verliefd op hem was. Khalil wist zelf ook wel dat hij een zeer goede verschijning was. Wat hem hinderde, was dat hij als zwarte werd aangeduid. Met alleen één zwarte grootmoeder was hij ook niet zwart, maar donkerbruin. Op het lyceum had in zijn klas echter nog een andere Khalil, een Berber, gezeten en om hem van die knaap te onderscheiden had hij een naam gekregen die niet klopte.
Oulem maakte in de haven de vissersboten schoon die van hun vangst waren ontdaan. Het was zwaar werk met een karige beloning. Zijn verdienste haalde hij uit de vis die in de boot was achtergebleven en die hij voor eigen rekening mocht verkopen. Dat kon nog heel wat opleveren. Oulem had die weelde niet kunnen verdragen en was aan de drank geraakt. Zo sterk zelfs dat hij steeds vaker niet in staat was te werken wanneer een visserskapitein hem nodig had. Zo had hij Khalil ingehuurd als zijn hulpje.

Vooral in het begin viel het werk dat hij veelal bij nacht en ontij moest doen Khalil zwaar. In die tijd liep hij ook vaak beten in armen en benen op van nog levende roofvissen die zich in het ruim in verborgen hoeken schuilhielden. Gaandeweg had hij zich daar beter tegen weten te beschermen. Hij had ook ontdekt dat de zware inspanning hem in zijn bovenlichaam spieren gaf die gezien mochten worden.
Behalve dat het werk zwaar was, was het ook vies. Als hij klaar was met een karwei liep hij voordat hij naar huis ging altijd eerst naar de hamam, waar hij wel een uur nodig had om alle vuil van zich af te schrobben. Vaak waren in de hamam genoeg mannen die hem daar graag een handje bij hielpen.

Zoals iedereen in het stadje wist hij van het Zweedse echtpaar, dat in een villa buiten de stad woonde. Hij kende Magid, die bij die twee een luizenleven had. Natuurlijk sprak niet iedereen even gunstig over Magid. Maar die Habib was ook vier jaar bij de Zweden geweest en toen hij te oud voor hen werd hadden ze hem een bazaar cadeau gedaan. Habib was getrouwd en nu een gerespecteerd burger. En Raji die daarna vier jaar bij die lui had gewoond had bij zijn afscheid een vissersboot met buitenboordmotor gekregen. Daarmee liet hij vier man werken. Terwijl hij met zijn handen over elkaar zat stroomde het geld bij hem binnen - en niemand die zijn hoofd van hem afkeerde wanneer Raji een café of een bar binnenkwam.

Magid had ondertussen ook al weer zo'n vier jaar bij de Zweden gewoond. Hij zou binnen niet al te lange tijd, net als zijn voorgangers, wel de laan uit moeten. Ook hij zou zeker niet met lege handen vertrekken.

Khalil besloot er werk van te maken. Van zijn spaarcenten kocht hij een zwart leren jack, T-shirts van verschillende kleur met het Nike logo erop, nauwsluitende Levy blue jeans en een paar Adidas espadrilles. Hij parfumeerde zich licht en liet zijn haar knippen volgens de laatste mode.

Hij wist dat op dagen dat het weer goed was, Kirsten vrijwel altijd een wandeling langs de strandboulevard maakte. Als hij niet hoefde te werken flaneerde hij daar nu ook zelf uren achtereen in zijn nieuwe kleren.
Kwam hij haar tegen dan begroette hij haar met een: "Bonjour madame.., ça va, madame?"
"Ca va, mon petit", beantwoordde ze dat dan met een glimlach.
Elke keer streelde het zijn ego hoe ze hem ondertussen ongegeneerd met haar ogen verslond.
Soms ook kwam hij de wat schutterige Göran tegen. (Göran en Kirsten liepen nooit samen.) Göran keek dan ook naar hem, maar hij deed alsof hij Göran niet zag.
Er werd veel geroddeld over wat er in de villa van Kirsten en Göran gebeurde. Habib, Raji en Magid hadden echter nooit iets losgelaten en behalve zij drieën wist niemand het fijne ervan. Voor Khalil stond het echter vast, dat het alleen voor Kirsten zou zijn, als hij door haar zou worden uitgenodigd, en niet voor Göran.

En toen gebeurde het op een dag dat hij de slanke, hoogblonde Kirsten helemaal aan het eind van de boulevard ontmoette op de plaats waar de duinen begonnen. Hij begroette haar op de bekende manier, waarop zij schalks antwoordde: "Bonjour, mon petit... Aujourd'hui j'ai grand appétit."
Ze wees hem naar de duinen en begon meteen in die richting te lopen. Hij wachtte een moment en volgde haar.
Ze lag in een duinpan op een handdoek die ze in haar tas moest hebben meegebracht. Haar manteltje en haar schoenen had ze uitgedaan. Haar bloes was half open geknoopt.
Hij knielde naast haar. Zij sloeg haar handen om zijn nek en begon hem hartstochtelijk te kussen.
"Mon petit, ça fait trop chaud ici", hijgde ze en ze begon hem van zijn jack en T-shirt te ontdoen. Ze streelde zijn gespierde bovenarmen en borst.
"Je te trouve trop beau, mon petit."
Hij waagde het haar bloes verder open te maken. Ze droeg er niets onder.
Hij streelde haar borsten. Hij was niet bedeesd. Sinds hij geld verdiende had hij elke maand wel een paar keer in de mellah voor vijftig dirham een hoer geneukt.
Ze maakte zijn riem los en schoof zijn blue jeans tegelijk met zijn slipje naar beneden. Hij hielp haar met haar rok.

"Mon petit, tu as passé l'exame", hijgde ze toen ze beiden waren klaargekomen. "Avec une très bonne note." Ze vroeg hem de volgende avond om acht uur bij haar langs te komen.
Hij aarzelde.
"Ik zal alleen zijn", zei ze.
Hij kuste haar op haar mond.
"U begrijpt me."
Ze streelde hem over zijn haar.
"Voortaan zeg je 'jij'."

Die middag ging Khalil naar Oulem.
"Zeg Oulem", zei hij, "ik heb een weddenschap verloren. Ik moet nu betalen met een fles sterke drank, maar in de épiceries willen ze me die niet verkopen omdat ik nog te jong ben."
"Nu verdien je wat", bulderde de man, "en zo raak je het weer kwijt."
"Ik ben erin geluisd."
"Goed dat ze je geen sterke drank willen verkopen, want het is duidelijk dat je nog niet op eigen benen kunt staan. Maar je hebt mazzel. Als je honderd dirham hebt zal ik je helpen. Een paar dagen geleden heb ik in Safi een paar flessen wodka zwart kunnen kopen. In de épicerie kost zo'n fles een driehonderd dirham, maar je mag er één hebben voor de prijs die ik ervoor heb betaald."
Khalil nam dit in dank aan.

De dag erna kocht hij een polshorloge en nog een nieuw Nike T-shirt (dit keer een echt). In plaats van een uur bracht hij wel twee uur in de hamam door om impeccable bij Kirsten te kunnen verschijnen.
Tegen kwart voor acht liet hij zich in een petit taxi naar een plek in de buurt van de villa rijden. De resterende meters legde hij te voet af. De fles wodka had hij in een plastic tas bij zich. Hij wist dat Kirsten veel dronk en hij was er gerust op dat ze zijn cadeau zou waarderen.
Om precies acht uur belde hij aan. Heel snel werd door Kirsten opengedaan. Ze legde een vinger op haar mond en kuste hem daarna zwijgend op beide wangen.
"Ik heb onverwacht bezoek", fluisterde ze. "Kun je morgenavond om deze tijd terugkomen? Ik ben dan gegarandeerd alleen."
"Geen probleem, Kirsten", zei hij zacht en hij reikte haar de tas met de fles toe.
Ze nam die aan en omhelsde hem.
"Khalil, je bent een lieveling."

De volgende nacht had hij eigenlijk moeten werken. 's Ochtends zocht hij Oulem die hij wou vragen het werk van hem over te nemen. Oulem gaf niet thuis en hij kon de man ook nergens anders vinden. Gelukkig vond hij in de haven een knaap die dit werk wel eens had gedaan en, omdat hij platzak was, graag voor hem zou willen invallen.

Tot acht uur die avond had hij niets om handen. Hij slenterde de strandboulevard af tot hij bij het windsurf-centrum Fanatic kwam... Daar zag hij op het terras een oude schoolvriend zitten: Hafid. Khalil liep op hem toe, ze gaven elkaar wangkussen, en Khalil ging ook zitten.
Khalil vroeg Hafid wat hij na zijn bac was gaan doen. Hafid zei dat hij economie in Agadir was gaan studeren.
"En jij", vroeg hij.
Khalil sprak van zijn werk in de haven. Hij had graag verteld hoe goed zijn toekomst eruitzag, maar hield dat voor zich.
"Herinner je je die Magid nog die bij ons op school de belhamel uithing?" vroeg Hafid.
Khalil voelde onraad. Werd er misschien al over hem gekletst?
"Ja", zei hij, "die is toen van school getrapt en de Zweden hebben zich over hem ontfermd."
"En net als die knapen voor hem, heeft hij goed van ze weten te profiteren. Gisteren zag ik hem een bijna nieuwe taxi chaufferen."
"Nu begrijp ik waarom hij een maand geleden rijlessen is gaan nemen", zei Khalil.
"Jij hebt dus nog contact met hem?"
"Nee, ik zag het toevallig."
"Nou, ik zou het er niet voor over hebben gehad."
Khalil zei niets.
Hafid pakte zijn krant, L"Opinion, die op tafel lag.
"Zeg, heb jij hiervan gehoord?" vroeg hij Khalil en wees op een artikeltje op de voorpagina.
Khalil nam de krant van Hafid over en begon te lezen.

Een zaak van de vergiftigde wodka

Safi. Naar de politieautoriteiten ons meedeelden is in deze zaak ondertussen een achtste dodelijk slachtoffer gevallen. Nog zesentwintig mannen, ook allen vissers, worden verpleegd in een ziekenhuis. Zes van hen hebben voorgoed het gezichtsvermogen verloren. Inmiddels zijn de stuurman en de kok van een Malteekse vrachtboot, die in de haven werd vastgehouden, gearresteerd. Zij worden ervan verdacht, de bewuste wodka clandestien aan de slachtoffers te hebben geleverd. Het is komen vast te staan, dat de oorspronkelijk inhoud van de flessen was vervangen door een vloeistof, methanol, die aan boord van het schip als poetsmiddel werd gebruikt. Een arts verklaarde ons desgevraagd, dat methanol in het menselijk lichaam wordt omgezet in een zeer giftige verbinding die al tijdens het consumeren met name de gevoelige weefsels aantast, zoals dat van de ogen en de hersenen.

Khalil vouwde de krant dicht.
"Een afschuwelijke zaak", zei hij met een stem die licht oversloeg.
Zijn hersenen werkten koortsachtig. Was de fles wodka die hij Kirsten had gegeven ook afkomstig van die criminelen op die boot? En zo ja, had zij daar misschien al van gedronken? Samen met haar gast of gasten? Had het dan nog zin daar naar- toe te gaan? En zo die wodka er nog stond en hij waarschuwde Kirsten, dat die van dubieuze oorsprong was, zou ze hem dan niet voor altijd de deur wijzen? Maar als hij daar vanavond kwam en ze zou tegen hem zeggen: "Kom, we drinken eerst een glaasje van de wodka die je me hebt gegeven?", wat zou hij dan moeten doen? Hier kwam hij niet uit. Voor alles moest hij met Oulem praten. Hoe die precies aan die flessen wodka was gekomen. Tenzij de man zich er zelf al aan had kapot gedronken. Maar dan wist hij in elk geval iets meer.

De ober kwam langs. Khalil zei dat hij even was gaan zitten bij een oude schoolvriend die hij een tijd niet had gezien. Hij verontschuldigde zich meteen tegenover Hafid en vertrok.
Op de boulevard kwam hem algauw een lege petit taxi achterop. Hij hield die aan en liet zich voor vier dirham naar de rand van de medina rijden. Vandaar liep hij snel naar het huis waar Oulem met zijn oude moeder woonde.
Hij klopte lang op de buitendeur. Hij had al bijna de moed opgegeven toen het oude vrouwtje toch nog voor hem opende. Ge-haast vroeg hij haar of haar zoon thuis was.
Met een meewarige blik schudde ze haar hoofd.
"Nee, sinds gistermiddag heb ik Oulem niet meer gezien."
Of ze dan wist waar hij zou zijn. Ze schudde opnieuw het hoofd.
Voor Khalil was dit laatste eigenlijk een overbodige vraag geweest. Beter dan zij wist hij zelf waar hij Oulem moest zoeken als die samen met iemand anders aan het drinken was geslagen. Dat was of op een stukje strand in de buurt, dat La plage des chiens werd genoemd, of aan de andere kant van de stad op de Plage de Safi.

Hij liep naar het eerste strandje, vond daar niemand, en liep daarna het lange eind door het Quartier Industriel naar het tweede strand. Op twee hem bekende spiritusdrinkers na was ook dit verlaten. Khalil herinnerde zich van de scheikundelessen op het lyceum, dat spiritus ook methanol bevatte. Deze twee wisten kennelijk beter maat te houden dan die lui in Safi.

Zoals gewoonlijk was het verderop op het strand een grote troep van merendeels uit zee aangedreven afval. Tussen lege plastic wijn- en olijfolieflessen zag hij zowaar een lege wodkafles van hetzelfde merk (Relski) als de fles die hij van Oulem had gekocht. Maar die kon net zo goed hier aangespoeld zijn als dat hij door Oulem was uitgedronken.
Toen hij op de terugweg weer langs de twee drinkers kwam vroeg hij of ze Oulem hadden gezien. Ze zeiden dat ze hier pas waren en niemand anders hadden gezien. Op hun beurt vroegen ze hem vijf dirham die ze tekort kwamen voor het kopen van een nieuwe fles. Hij gaf hen die.
Toen hij weer op de openbare weg was hield hij een petit taxi aan en liet zich tot bij de duinen rijden. Te voet ging hij verder door rul zand. Als puber had hij hier alleen of samen met vriendjes vaak vrijende paren bespied en alle duinkommen die zich daartoe leenden kende hij dan ook op zijn duimpje.

Ook nu stootte hij hier en daar op ongeregeld seksueel verkeer. Hij kwam langs de plaats waar hijzelf met Kirsten had liggen vrijen en verderop vond hij een dronkaard die in een duinpan zijn roes lag uit te slapen, maar nergens Oulem.
Het was al na enen. Zijn moeder zou met het eten op hem zitten wachten. Mismoedig ging hij terug naar huis.
Bij het eten zei zijn moeder dat de huisbaas langs was geweest. De man had gevraagd wanneer zij die zevenhonderd dirham die ze hem nog schuldig was nou eens ging betalen.
"Ik begrijp je niet", zei ze. "Ineens ben je voor jezelf allemaal dure kleren gaan kopen, terwijl ik al tien jaar in dezelfde djellaba loop... En ik denk dat je ook bent vergeten dat je zusje nog driehonderd dirham nodig heeft voor boeken voor school... En je had ook beloofd dat je de medicijnen voor je grootmoeder zou betalen."
"Ik heb nog geld", zei hij nors. "Ik zal je vijfhonderd geven voor een nieuwe djellaba, de huurbaas krijgt ook zijn geld en dat andere maak ik eveneens in orde."
"Ik heb ook het idee dat je de laatste tijd veel minder vaak werkt dan voorheen", wierp ze hem voor de voeten.
"Omdat er minder schepen zijn", viel hij uit. "Veel boten zijn naar Agadir vertrokken van waaruit de vangsten beter zijn."
"Is het niet omdat je een vriendinnetje hebt?"
"Ik heb geen meisje en ik zoek ook geen meisje. Daarmee uit!"
"De buurvrouw van je tante Naëma was hier gisteren."
"Die koppelaarster..! Met dat mens heb ik niets te maken. Als ik wil trouwen zoek ik zelf wel een vrouw."
"Dus toch?"

Wat kwaad liep hij naar zijn kamertje en ging op zijn bed liggen. Hij begon weer te piekeren en na een tijd viel hij in slaap.
Het was al na vijven toen hij wakker werd. Hij stond op, maakte zijn kleren in orde en haalde vijftienhonderd dirham uit zijn kast: vijfhonderd voor zijn moeder, driehonderd voor zijn zusje en zevenhonderd voor de huisbaas.
Eenmaal buiten liep hij eerst nog een keer langs het huis van Oulem. Het was weer de moeder die voor hem opendeed. Nee, Oulem had ze nog niet gezien. Het was nooit eerder gebeurd dat hij zo lang was weggebleven. Ze maakte zich erg ongerust.
Hierna liep hij langs de huisbaas die hij het geld voor de huur gaf en daarna ging hij naar de haven. Hij sprak er met verschillende kennissen van Oulem. Niemand die de man sinds de vorige dag had gezien.

Hij had nu nog tweeëneenhalf uur voor hij bij Kirsten moest zijn. Hij ging naar de hamam waar hij twee uur aan zijn lichaam besteedde. Het gaf hem wat afleiding.
Vanuit de sauna ging hij te voet naar de villa. Hij wist niet wat hij daar zou aantreffen en hij wou niet dat een taxichauffeur later zou kunnen zeggen, dat hij hem daar naartoe had gereden.

Kirsten liet hem binnen. Ze zag er blakend uit. En ook hem viel een pak van zijn hart.
In de gang omarmde ze hem en kuste hem lang.
"Sorry voor gisteravond... Ik had dat niet voorzien... Als je eens wist hoeveel liever ik jou bij me had gehad."
"Maar je hebt me nu toch?", zei hij.
Ze leidde hem de salon binnen en wees hem een plaats op de bank. Zelf ging ze naast hem zitten.
Ze pakte zijn hand.
"We zijn hier alleen, Khalil, zoals ik je had beloofd... Göran zit nu in het vliegtuig naar Zweden. En daar zal hij een lange tijd blijven. Magid heeft hem vanmorgen in zijn taxi naar het vliegveld van Casablanca gebracht... Dat Magid een taxi heeft heb je zeker al in de stad gehoord?"
"De stadstelefoon", zei hij. "Nieuwtjes die van mond tot mond gaan."
Ze glimlachte tegen hem.
"Lieveling, ik mag je wel wat inschenken, is het niet? Uit je cadeau van gisteravond maak ik op, dat dat geen kinderdrankje hoeft te zijn."
Nu komt het, dacht hij.
Ze kuste hem nog een keer.
"Khalil, je bent een echte gentleman... Geen van de drie anderen heeft zich hier zo aangediend."
"Het was niet veel", zei hij met een kleur.
"Habibi, het is de geste die telt... Ik had die fles vanavond met je willen drinken, maar Göran wou hem graag voor in het vliegtuig. Göran heeft vliegangst. En voor je man moet je wat over hebben."
Het was alsof hij een klap op zijn hoofd kreeg.
"Zal hij die hele fles..?" stamelde hij.
"Als het om drank gaat, kan Göran heel wat aan", glimlachte ze. "Dat is ook zowat het enige wat hij kan."
Ze haalde een fles Johnny Walker black label tevoorschijn.
"Zullen we dit dan maar drinken?"
Zoiets duurs had hij nog nooit gedronken. Hij streelde even haar hand.
"Je bent erg lief voor mij, Kirsten."
Ze schonk de glazen vol en ze toastten.
"Dat we lang bij elkaar mogen blijven, Khalil."
Hooguit vier jaar, dacht hij.
"Ik hoop het ook", Kirsten."
Toen ze aan hun tweede glas begonnen vroeg Kirsten hem of hij zijn paspoort al had. Hij moest dit ontkennen.
"Dan moet je dat zo snel mogelijk zien te krijgen", zei ze. "Ik werk nu ook voor een top kledingfabrikant in Los Angeles. Daar moet ik om de twee maanden naartoe. En ik verlang ernaar dan geëscorteerd te worden door een aantrekkelijke jongeman als jij."
Hij bloosde.
"Het klinkt te mooi, Kirsten."
"Denk je eens in. Samen naar Disney Land, naar Warner Brothers Film Studio' s en zoveel meer."
Het grote leven lachte hem toe, maar hij had nog één zorg.

Ze lag nog te slapen toen hij wakker werd. Hij dacht meteen aan de vorige avond. Hij was tevreden met zichzelf en hij was tegelijk bang. Banger zelfs dan voordat ze naar bed gingen. Hoewel hij in zijn leven nog maar een paar keer sterke drank had gedronken, had hij zijn hoofd koel weten te houden. En juist door die alcohol was hij later in dit bed niet hitsig geweest, maar had er alle tijd voor genomen in de eerste plaats Kirsten te geven waarnaar ze verlangde.
"Je hebt stellig al ervaring opgedaan met Europese meisjes", had ze tegen hem gezegd.
Hij had het als een compliment opgevat. maar was toch niet gerust. Misschien was dit slechts voor één nacht geweest. Hij kon zelfs in het gevang belanden.

De draagbare telefoon die naast Kirsten lag begon te rinkelen. Hij maakte haar wakker. Met onzekere hand nam ze het ding op en drukte op de on.
Het gesprek was in het Zweeds en duurde lang. Khalil lag te beven.
Ze drukte op de off.
"Göran?" vroeg hij met onzekere stem.
"Die sukkel staat op Bromma, het vliegveld van Stockholm en hij vond het nodig mij uit de slaap te halen."
"Alles goed met hem?"
"Ja, hij had die hele fles wodka gedronken. Daar had hij in het vliegtuig zelfs nog wat op kunnen slapen."
"Ga jij nu nog maar wat slapen, Kirsten. Hij was misschien vergeten dat het daar twee uur later is dan hier."

Khalil voelde zich ineens heel gelukkig. Werk is werk, dacht hij. Ik kan dit goed aan en het geeft me zelf ook plezier. Dus waarom me druk maken om wat anderen zeggen?

 
© 2006-2012   Max Moragie. All rights reserved.